Leger Israël begint strafrechtelijk onderzoek naar dood Hind (5) in Gaza
In dit artikel:
Het Israëlische leger opent strafrechtelijke onderzoeken naar twee dodelijke incidenten in de oorlog in Gaza: de dood van de 5-jarige Hind Rajab en haar familie in januari 2024, en de dood van vijftien Palestijnse medische hulpverleners bij Rafah in maart 2025. Beide zaken kregen wereldwijd veel aandacht en leidden tot zware internationale kritiek op Israël.
Rajab werd in Gaza-Stad gedood toen de auto van haar familie door een tank werd beschoten. Zij overleefde de eerste aanval en hield urenlang telefonisch contact met hulpverleners, die tijdens een poging haar te redden eveneens omkwamen. De vijftien hulpverleners bij Rafah reden in ambulances en andere voertuigen; hun lichamen werden acht dagen later gevonden in een massagraf. VN-deskundigen en mensenrechtenorganisaties hebben in verband met de zaken mogelijke oorlogsmisdaden gemeld.
Het leger zegt in totaal 150 incidenten te hebben onderzocht en is op basis van een nieuw rapport over mogelijk strafbaar militair handelen tot deze besluiten gekomen. Volgens correspondent Lennard Swolfs betekent een strafrechtelijk onderzoek dat er voldoende aanleiding is om te bekijken of militairen strafbare feiten hebben gepleegd, mogelijk mede door de internationale druk. Eerdere Israëlische militaire onderzoeken leidden echter maar zelden tot vervolging.
Voor drie andere aanvallen opent het leger geen strafrechtelijk onderzoek, omdat er volgens de verklaring geen redelijke verdenking van strafbaar wangedrag bestaat. Het gaat om de dood van zeven medewerkers van World Central Kitchen in april 2024, een aanval op een gebouw van Artsen zonder Grenzen in Khan Younis in februari 2024 en de dood van twee medewerkers van die organisatie in Gaza-Stad in november 2023. Andere eerder aangekondigde onderzoeken, waaronder een aanval waarbij vijf journalisten bij een ziekenhuis in Zuid-Gaza omkwamen, worden in de verklaring niet genoemd.
De Oranjezomer: Raymond Mens over Jetten: 'Moet oppassen dat hij niet als Premier Feestneus bekend komt te staan'