Leerlingen buiten grote stad krijgen minder vaak bijgesteld advies

woensdag, 15 april 2026 (11:02) - NOS Nieuws

In dit artikel:

De Inspectie van het Onderwijs constateert dat het gebied waar een leerling opgroeit invloed heeft op het uiteindelijke schoolniveau: in het noorden en oosten van Nederland wordt een voorlopig advies uit groep 8 minder vaak naar boven bijgesteld na de doorstroomtoets dan in stedelijke gebieden zoals de Randstad. Dit zogenaamde kansrijk adviseren — het aanpassen van het advies wanneer de toets beter uitvalt dan verwacht — komt in zeer stedelijke gebieden vaker voor. Op de middelbare school worden die regionale verschillen niet vanzelf weggepoetst; na drie jaar zitten scholieren in het noorden en oosten relatief vaak op het lagere niveau van een dubbel advies (bijv. vmbo-tl in plaats van havo).

Inspecteur-generaal Alida Oppers noemt dit “een ongemakkelijke constatering” en benadrukt dat talenten overal benut moeten worden, ongeacht waar kinderen opgroeien. De inspectie onderzocht de oorzaken niet uitvoerig, maar noemt bereikbaarheid van scholen als mogelijke factor. Onderwijswetenschapper Anneke Timmermans wijst op lokale cultuur: in provincies als Friesland en Groningen heerst volgens haar meer terughoudendheid bij het bijstellen van adviezen en laten scholen het initiatief vaker aan ouders over. Zij zegt ook: “Wat we nu zien is dat een kind in Amsterdam met een bepaalde score een ander schooladvies krijgt dan een kind in de Pekela's, dat vind ik moeilijk te verantwoorden.”

Schooldirecteur Linda van Zutphen benadrukt dat verschillen in ouderverwachtingen, armoede, reistijden en de druk op kinderen om vroeg bij te dragen aan het gezinsinkomen meespelen. De inspectie adviseert onder meer brede brugklassen en meer bewustzijn bij scholen en besturen om vooroordelen te bestrijden en instroom- en doorstroomdrempels weg te nemen.