Lawinegevaar op niveau 3 is een sluipmoordenaar: 'Het is de grens waar de expert stopt en de recreant niet'

zaterdag, 18 april 2026 (07:17) - Het Parool

In dit artikel:

Dit alpenseizoen telt tot nu toe 143 dodelijke slachtoffers — een uitzonderlijk hoog aantal — en zet lawineonderzoekers en bergsporters op scherp. In Davos werkt het SLF (Institut für Schnee- und Lawinenforschung) onder leiding van onderzoekers zoals Alec van Herwijnen aan modellen en veldtesten om de onvoorspelbaarheid van lawines beter te doorgronden. Ondanks bijna een eeuw aan data blijft lawinekunde geen exacte wetenschap: modellen helpen, maar ter plaatse kunnen onzichtbare zwakke lagen het verschil maken tussen een veilige afdaling en een ramp.

De belangrijkste oorzaak van de huidige crisis ligt volgens onderzoekers in de aanwezigheid van een fragiele, onderliggende laag van grove, losse kristallen — vaak aangeduid als “suikersneeuw” — waarop binnen enkele dagen meters verse sneeuw kon neervallen. In delen van West-Zwitserland viel na maanden droogte ineens 2,5 meter nieuw pak op een verijsde, broze basislaag. Wind en snelle ophoping van massa zorgden voor gevaarlijke spanningen: hellingen van circa 35 graden, het kritieke bereik voor lawines, werden snel onstabiel en konden door één verkeerde beweging tot glijden worden gebracht.

Tegelijkertijd heeft de populariteit van toerskiën het aantal mensen in ongerepte terrein sterk doen groeien (na corona jaarlijks zo’n 10 procent). Steeds meer recreanten zoeken rust buiten de geprepareerde pistes, maar velen onderschatten de risico’s: ze volgen sporen, vertrouwen op simpele apps of voelen zich beschermd door spullen als piepers en airbag‑rugzakken. Uit de statistiek blijkt dat een pieper (en bekwaamheid bij het gebruik ervan) de overlevingskans aanzienlijk verhoogt — ongeveer 70 procent als iemand binnen de eerste 16 minuten wordt uitgegraven; zonder werktuig daalt die kans naar circa 20 procent.

Niet alleen onervarenheid speelt een rol. Dit seizoen bleek hoe misleidend officiële lawinebulletins kunnen zijn: veel dodelijke ongelukken gebeuren bij niveau 3 (“aanzienlijk”), een grens waarbij gevaren lokaal en moeilijk zichtbaar zijn. Ook is circa 90 procent van de dodelijke slachtoffers man: dat hangt samen met hogere blootstelling aan risicosporten en psychologische neigingen tot het overschatten van eigen kunnen.

Een groot kennislacune is de invloed van midwinterregen en natte sneeuw. De huidige theorieën en modellen zijn vooral gebaseerd op koude, droge sneeuw; natte sneeuw gedraagt zich mechanisch heel anders en wordt door opwarming van de atmosfeer vaker op grotere hoogte aangetroffen. Gemiddeld duren winters nu ongeveer twee weken korter dan dertig jaar geleden, maar de gevaarlijke periodes kunnen intenser worden.

Met 143 slachtoffers als harde waarschuwing benadrukken onderzoekers en ervaren skiërs hetzelfde: uitrusting en data zijn belangrijk, maar gezond verstand en het lef om op risicovolle dagen thuis te blijven zijn doorslaggevend. Zoals een lokale bergganger het samenvat: “De natuur is dit jaar genadeloos.” De wetenschap zoekt naar antwoorden, maar de bergen kennen geen compromissen.