Laten we Trump straks doodleuk bijvoorbeeld voetbalsupporters van kleur oppakken?
In dit artikel:
Autocratische leiders gebruiken het WK voetbal herhaaldelijk als propagandamiddel om hun gezag te versterken en te normaliseren, en Nederland blijkt daar keer op keer bij betrokken te zijn — soms als onbewuste speler, soms als kritische buitenstaander.
Historisch voorbeeld: Italië onder Benito Mussolini. Bij het door Mussolini sterk gecommercialiseerde WK van 1934 fungeerde voetbal als nationaal schouwtoneel. Italië manipuleerde beeldvorming en competitie — met grootschalige propaganda, indoctrinerende rituelen (zoals de fascistische groet) en twijfelachtige bevoordeling tijdens wedstrijden — om het regime te verheerlijken. Nederlandse supporters waren massaal aanwezig bij dat toernooi; het elftal keerde na één nederlaag snel huiswaarts, maar de ervaring toont hoe makkelijk sport zichtbaarheid en legitimiteit kan bieden aan een dictator.
Argentinië 1978 vormt een latere casus. De militaire junta van Jorge Videla zette het WK in om misdaden en verdwijningen te verbergen. De regering huurde pr-bureaus in en verspreidde zorgvuldig geregisseerde verhalen; er verschenen vervalste persstukken, zoals een nep-brief die zogenaamd door Nederlandse aanvoerder Ruud Krol was geschreven. Tegelijkertijd bleven lokale organisaties, zoals de Plaza de Mayo-moeders (de “Dwaze Moeders”), week na week protesteren voor de verdwijning van hun kinderen. Nederlandse journalisten en enkele collega’s speelden een cruciale rol door beelden en getuigenissen naar het buitenland te krijgen, waarmee internationale aandacht voor de mensenrechtenschendingen werd vergroot. In Nederland ontstond debat en protest — cabaretiers en activisten voerden campagne tegen deelname — maar de KNVB stuurde toch een team.
De recente casus rond de geplande WK-organisatie in de Verenigde Staten (2026) speelt tegen de achtergrond van aantijgingen over autoritaire neigingen onder president Trump. In augustus 2025 poseerden Fifa-president Gianni Infantino en Trump samen in het Witte Huis; dat gebaar voedde zorgen dat het toernooi politiek geëxploiteerd zal worden. Mensenrechtenorganisaties, zoals Amnesty, wijzen op systematische beschadiging van rechtsstaat en discriminatoir migratiebeleid onder de regering-Trump. Tegelijkertijd kondigde de VS inreisbeperkingen aan voor burgers uit tientallen landen en werden speciale procedures (Fifa Pass) ingevoerd voor fans met tickets, wat vragen oproept over ongelijke behandeling.
In Nederland leidde dit tot een brede maatschappelijke discussie en acties. Programmeur Teun van de Keuken startte in januari een petitie voor een boycot en verzamelde snel meer dan 160.000 handtekeningen; ook columnisten, verenigingen en activisten riepen op tot moreel verzet. Critici verwijten de KNVB zwichten voor sportneutraliteit en politiek-correcte voorzichtigheid: de bond benadrukt dat zij een sportorganisatie is, dat deelname het gevolg is van kwalificatie en dat zij samenwerkt met diplomatieke en internationale partners om de veiligheid te monitoren. De KNVB zegt lessen te hebben getrokken uit het WK in Qatar (2022), waar mensenrechtenschendingen en het fiasco rond de OneLove-aanvoerdersband de bond politiek en moreel in verlegenheid brachten.
Debatpunten blijven: kan de KNVB garanties bieden voor de veiligheid van supporters — met name voor mensen van kleur of LHBTI+-reizigers — en welke rol moet de staat, de koning of andere instellingen spelen? Sommige historici en activisten pleiten ervoor de druk te verleggen naar politiek niveau (Kamervragen, diplomatieke maatregelen) en voor zichtbare protestacties tijdens het toernooi; mensenrechtencoalities waarschuwen dat het WK gebruikt kan worden om migranten en mensen van kleur doelbewust te selecteren of te verwijderen, wat volgens hen neerkomt op medeplichtigheid aan schendingen.
Kortom: van Mussolini via Videla naar Trump — het WK biedt autoritaire regimes podium en legitimiteit. Nederland staat telkens voor de keuze tussen deelname op sportieve gronden of weerstand uit morele en politieke overwegingen; het recente debat laat zien dat veel groepen vinden dat sportorganisaties en politici sinds Qatar meer verantwoordelijkheid moeten nemen en niet langer kunnen volstaan met neutrale frasen.