Lastige start kabinet-Jetten: miljardenbezuinigingen wankelen, onzekerheid wordt groter
In dit artikel:
Begin februari trad D66-politicus Rob Jetten aan als premier van het eerste kabinet met een D66-leider, gesteund door VVD en CDA in een minderheidskabinet met het akkoord ‘Aan de slag’. Kort na de start blijken echter meerdere grote bezuinigingsplannen moeilijk door het parlement te krijgen, waardoor de begrotingsopgave al snel onder druk staat.
Het eerste barstje ontstond rond de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd vanaf 2033. Zowel vakbonden als (delen van) werkgevers en veel Kamerfracties verzetten zich fel; het kabinet heeft het voorstel inmiddels op pauze gezet en wil het door de Sociaal-Economische Raad (SER) laten beoordelen. Door de starre houding van vakbonden en de terughoudendheid van werkgevers is onduidelijk of de SER met een bruikbaar advies komt, waardoor de AOW-maatregel de eerste duidelijke mislukking van het minderheidskabinet dreigt te worden.
Ook andere sociale maatregelen staan onder druk. In het regeerakkoord staat een verlaging van het maximumdagloon voor uitkeringen met 20 procent, wat ook zwangerschapsverlof raakt; vakbond CNV spreekt van een “bevalboete”. De oppositie is tegen en binnen de coalitie ontstond wrevel toen D66 de maatregel publiekelijk liet vallen zonder de andere coalitiepartners vooraf te informeren. Coalitiegenoten eisen nu dat D66 komt met een alternatief financieel plan. Eveneens problematisch is het voorgestelde terugbrengen van de maximale duur van de WW naar één jaar: politiek draagvlak ontbreekt bij veel partijen en werkgevers vrezen dat kosten en acties voor het tweede jaar WW naar het bedrijfsleven verschuiven.
Ook de voorgenomen zorgbezuinigingen — tot 10 miljard euro — lopen vast, met name vanwege zorgen dat gehandicapten en chronisch zieken geraakt worden. Een motie om de gehandicaptenzorg te ontzien werd nipt aangenomen, mede door afwezigheid van een VVD-Kamerlid, wat de kwetsbaarheid van het kabinet aantoont.
Op het gebied van defensie botst het kabinet over een nieuwe heffing om hogere defensie-uitgaven te dekken, de zogenoemde ‘vrijheidsbijdrage’. Rechtse partijen vinden de heffing te zwaar voor middeninkomens; linkse partijen vinden dat hogere inkomens en bedrijven te weinig bijdragen. Ook hier lijkt aanpassing onontkoombaar.
Het Centraal Planbureau waarschuwt dat de gespannen internationale situatie — bijvoorbeeld een voortgezette oorlog in het Midden-Oosten — de economische onzekerheid vergroot en de inflatie kan opdrijven, wat het fiscale plaatje nog moeilijker maakt. Door het wegvallen van verschillende bezuinigingsvoorstellen dreigt een begrotingsgat, en het kabinet zal voor Prinsjesdag in september een nieuwe politieke deal moeten sluiten.
Die keuzes zijn lastig: samenwerken met links (GroenLinks-PvdA) om de begroting rond te krijgen veroorzaakt spanningen met de VVD; een beroep op christelijke en conservatieve partijen (ChristenUnie, SGP, Groep-Markuszower) kan in de Eerste Kamer alsnog geen meerderheid garanderen. Ook binnen de coalitie bestaan meningsverschillen over hoe te handelen: D66 en CDA zijn meer bereid de staatsschuld te laten oplopen dan sommige anderen, waaronder minister van Financiën Heinen.
Het kabinet hoopt op een breed sociaal akkoord met vakbonden en werkgevers, maar het proces kan lang duren. Veel betrokken partijen en waarnemers vrezen dat deze periode uitloopt op een langdurige, bijna permanente onderhandelingsfase waarin het kabinet steeds opnieuw compromissen moet zoeken om zijn financiële plannen overeind te houden.