Gemiddelde automobilist betaalt enkele tientjes per maand extra aan de pomp
In dit artikel:
De brandstofprijzen in Nederland zijn de afgelopen twee weken sterk opgelopen door de oorlog in Iran, waardoor de adviesprijs voor benzine dinsdag rond de €2,51 per liter uitkwam en diesel met ongeveer €2,49 bijna even duur werd. Deze stijging is vooral voelbaar tijdens het tanken, maar vertaalt zich voor de meeste huishoudens in relatief beperkte extra maandlasten.
Data van Flitsmeister tonen dat mensen ondanks de hogere prijzen niet minder zijn gaan rijden; het aantal gereden kilometers bleef de afgelopen twee weken gelijk. Berekeningen van NU.nl, gebaseerd op cijfers van het CBS, laten zien dat de extra kosten afhankelijk zijn van het type brandstof, het aantal kilometers en het verbruik van de auto. Gemiddeld rijdt een benzinerijder zo’n 925 km per maand; daardoor stijgen de brandstofkosten voor benzine naar schatting met ongeveer €8–14 per maand vergeleken met vóór het conflict. Dieselrijders, die gemiddeld 1.467 km per maand afleggen en waarvoor de dieselprijs sterker steeg, zien hun kosten met ongeveer €20–30 per maand toenemen.
De omvang van de meerkosten varieert sterk: zuinige benzineauto’s merken het minst (bijvoorbeeld circa €8,21 extra per maand bij 1 op 25), minder zuinige modellen meer (ongeveer €13,69 bij 1 op 15). Voor dieselauto’s lopen de extra lasten van ongeveer €19,36 (1 op 30) tot circa €29,04 (1 op 20) per maand op. Daarnaast komt de recente prijsopstoot bovenop een eerdere verhoging per 1 januari, toen een deel van de accijnskorting op brandstof werd teruggedraaid; samen betekent dat voor veel huishoudens een toename van ongeveer €14–45 per maand ten opzichte van eind vorig jaar.
Wie het meest last heeft: huishoudens met weinig financiële marge, mensen die veel kilometers maken en degenen die afhankelijk zijn van de auto voor woon-werkverkeer en geen makkelijk alternatief hebben. Voor wie weinig rijdt of in een zuinige auto rijdt, blijft de extra last relatief beperkt.