Landverraders werden na de oorlog gevangen gezet in de KNSM-loodsen: slapen op stro, beroerd eten en relletjes

vrijdag, 15 mei 2026 (03:31) - Het Parool

In dit artikel:

In de dagen na de Duitse capitulatie (5 mei 1945) arresteerden Amsterdamse verzetsgroepen duizenden vermeende collaborateurs: leden van de NSB, zwarthandelaren en andere ‘landverraders’. De illegaliteit had samen met het Militair Gezag een opsporingslijst van ongeveer 12.000 namen opgesteld; arrestatieteams trokken wijk voor wijk langs die adressen. Gevangenen werden eerst in buurtgebouwen verzameld voor verhoor, maar omdat veel politieagenten zelf onder de arrestanten zaten, bleef systematisch onderzoek vaak uit.

Tekort aan reguliere cellen dwong de autoriteiten tot improvisatie. Het Lloyd Hotel werd snel te klein, waarna grote aantallen gevangenen in de loodsen van de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij (KNSM) aan de Levantkade werden ondergebracht. Die loodsen waren niet ingericht als detentiecentrum: bewaking bestond uit voormalige verzetsstrijders zonder ervaring in penitentiaire zorg, wat leidde tot wraakzuchtige toespraken, ruwe handhaving en onrust onder de gedetineerden. De beginperiode werd gekenmerkt door chaotische omstandigheden — slecht eten, slapen op stro en hardhandige onderdrukking van oproeren.

Het gevangenispopulatie was divers, van kleinschalige handelaars tot prominenten zoals oud-burgemeester Edward Voûte. Omdat strafzaken traag voortschreden en cellen schaars bleven, maakte de regering onderscheid tussen zware en lichte vormen van collaboratie; licht veroordeelden werden vaak binnen twee jaar vrijgelaten of in afwachting van proces vrijgelaten. In juli 1946 werden de laatste circa duizend gevangenen van de Levantkade elders ondergebracht.