Landen halen recordhoeveelheid olie uit reserves om prijsstijging tegen te gaan
In dit artikel:
Nederland en 31 andere IEA-landen hebben voor het eerst zo veel olie uit hun strategische voorraden vrijgegeven: gezamenlijk 400 miljoen vaten, maakte het Internationaal Energieagentschap in Parijs bekend. Dat volume komt neer op ongeveer vier dagen wereldwijde consumptie; Nederland draagt daar ruim vijf miljoen vaten aan bij. De IEA-landen beschikken samen over zo’n 1,8 miljard vaten (ongeveer 1,2 miljard in nationale voorraden en 600 miljoen vaten die bedrijven namens overheden beheren).
De maatregel volgt op een scherpe stijging van de olieprijs nadat Israël en de VS aanvallen op Iran hadden ingezet en Iran daarop de Straat van Hormuz blokkeerde — een vitale doorvoerroute waar ruim een vijfde van de wereldoliestroom langs gaat. Door de oorlog is ook handel in vloeibaar gas verstoord en is olie‑ en gasinfrastructuur op meerdere plekken beschadigd of stilgelegd, wat de marktonzekerheid vergrootte.
Doel van de vrijgave is de prijspiek af te vlakken en daarmee economische schade en mogelijke politieke onrust te beperken; hoge en volatiele brandstofprijzen raken consumenten direct en verhogen bedrijfskosten. Gertjan ten Broeke, directeur van COVA (beheerder van de Nederlandse oliereserve), noemt het inzetten van strategische voorraden een positief signaal: "Dat zou de oliemarkten moeten kalmeren." Tegelijk waarschuwt hij dat het effect op de prijs lastig te voorspellen is doordat sentiment en onzekerheid een grote rol spelen.
Het IEA, opgericht in 1974 na de oliemaatregelen van OPEC, verplicht lidstaten reserves aan te houden voor ongeveer drie maanden invoer. Voor het IEA is dit de zesde keer dat actuele voorraden opengesteld worden — eerdere interventies waren onder meer na de Russische inval in Oekraïne (2022), de Golfoorlog en crises in 2005 en 2011. De vrijgave is bedoeld voor uitzonderlijke verstoringen, niet voor normale prijsschommelingen, en bestrijkt alleen de onder IEA‑controle vallende voorraden.