Landelijke insectentelling moet uitwijzen hoe hard bestuivers in Nederland achteruitgaan: 'De crisis is groot'
In dit artikel:
Bestuivende insecten verkeren in slechte staat en dat baart onderzoekers grote zorgen omdat zij onmisbaar zijn voor vrijwel alle voedingsgewassen. In reactie hierop wordt een nieuwe langdurige telling opgestart om precies in kaart te brengen hoe erg de achteruitgang is. De bedoeling van die monitoring is om harde cijfers te krijgen over aantallen, soortensamenstelling en trends, zodat beleid en maatregelen beter op effectiviteit kunnen worden beoordeeld.
Wetenschappers waarschuwen echter dat je niet moet wachten op de uitkomst van die telling voordat er actie volgt: er is volgens hen nu al behoefte aan ingrijpende maatregelen om verder verlies te stoppen. Als belangrijkste oorzaken van de achteruitgang worden algemeen genoemd: pesticidengebruik (met name middelen die direct op bestuivers werken), grootschalige landbouw en verlies van bloeiende habitat, eenzijdige landgebruikpraktijken, ziekten en de effecten van klimaatverandering.
De mogelijke tegenmaatregelen die onderzoekers en natuurorganisaties aandragen omvatten onder meer het beperken of verbieden van schadelijke insecticiden, het vergroten van bloemrijke akkerranden en natuurgebieden, het verminderen van intensieve monoculturen en het stimuleren van landbouwpraktijken die meer ruimte laten voor natuur en biodiversiteit. Dergelijke stappen zouden zowel de populaties bestuivers kunnen herstellen als de voedselzekerheid en natuurlijke bestuiving ten goede komen.
Kortom: de nieuwe lange-termijntelling moet helder maken hoe groot het probleem precies is, maar deskundigen dringen erop aan meteen te beginnen met beschermende en herstelgerichte maatregelen om een verdere ineenstorting van bestuivers te voorkomen.