"Laat ons ernstig debat voeren": wat zijn de Europese milieuregels die Vlaamse politici willen versoepelen?
In dit artikel:
Vlaamse politici van N-VA en CD&V roepen op om Europese milieuregels te versoepelen zodat landbouw en industrie “meer ademruimte” krijgen. Premier Bart De Wever stelde recent dat de normen pragmatischer moeten worden toegepast; ook CD&V-voorzitter Sammy Mahdi en Vlaams minister Jo Brouns pleitten voor herziening of uitzonderingen. De aanleiding is dat sommige vergunningen en plannen worden geremd door strikte EU-doelstellingen, waardoor economische activiteiten moeilijker uitvoerbaar zouden zijn.
Het gaat vooral om drie Europese richtlijnen: de Kaderrichtlijn Water (gezonde waterlichamen tegen 2027), de Nitraatrichtlijn (limieten op meststoffen om grondwater te beschermen) en de Habitatrichtlijn (bescherming van Natura 2000-gebieden). Die regels hebben Vlaanderen al gedwongen tot meerdere mestactieplannen (intussen het zevende) en tot een stikstofbeleid dat nieuwe projecten kan blokkeren als ze de depositie verhogen — een reëel vergunningsprobleem dat in Nederland al leidde tot stilstand van bouw en industrie.
Tegelijk wijzen milieu-experts erop dat die regels niet willekeurig zijn ontstaan. Hans Bruyninckx (voormalig hoofd van het Europees Milieuagentschap) en Jeroen Vanden Borre (INBO) herinneren eraan dat water-, lucht- en bodemkwaliteit en biodiversiteit decennia geleden erg achteruitgingen, wat politieke actie noodzakelijk maakte. De huidige Vlaamse toestand illustreert dat probleem: slechts 2 van de 46 habitattypen verkeren in goede staat, natuur is sterk versnipperd en lijdt onder droogte en te hoge stikstofdepositie. Van 195 Vlaamse waterlichamen bevindt zich nog maar één in “goede” ecologische en chemische staat, deels door mestvervuiling en blijvende stoffen zoals PFAS en sommige pesticiden — een uitdaging die veel EU-landen delen.
Experts benadrukken dat versoepelen van regels niet de enige optie. INBO adviseert om grote, robuuste natuurkernen te creëren en versnipperde natuur met elkaar te verbinden; dat kan op schaal ruimte geven om in kleinere, verzwakte fragmenten wat flexibeler met regels om te gaan. Brouns diende zo’n voorstel bij de Europese Commissie, maar kreeg geen gehoor.
Bruyninckx waarschuwt bovendien dat het schrappen van milieunormen de economie op lange termijn schaadt: investeringen in natuur en milieu leveren volgens milieu-economen een veelvoud terug vanwege voordelen voor gezondheid, waterzuivering en bestuiving. De discussie die nu woedt gaat dus niet alleen over vergunningen en concurrentiekracht, maar over hoe Vlaanderen economische belangen kan verzoenen met Europese milieedoelstellingen—ofwel door regels aan te passen, ofwel door te investeren in ruimtelijke en ecologische oplossingen die de druk op kwetsbare gebieden verminderen.