'Kustwacht komt geld en personeel tekort voor bescherming tegen spionage'
In dit artikel:
De Nederlandse Kustwacht kampt met zo’n groot tekort aan personeel en geld dat zij de kritieke infrastructuur op de Noordzee niet adequaat kan beschermen tegen spionage en sabotage, blijkt uit interne documenten van de Kustwacht en ministeries die NRC via de Wet open overheid opvroeg. Na de Russische inval in Oekraïne in 2022 startte de rijksoverheid het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur (PBNI), maar door jarenlange onenigheid tussen de zes betrokken ministeries is dat programma nauwelijks van de grond gekomen en is er geen structurele bekostiging gevonden. Praktische gevolgen zijn al zichtbaar: meldingen van vissersboten blijven onverwerkt, de analysetak voor verdachte signalen werkt alleen tijdens kantooruren en de meldkamer draaide in 2024 met slechts de helft van de benodigde bezetting. In de stukken staat dat verbeteringsplannen bewust klein gehouden worden om niet veel extra tijd of capaciteit te vragen, waardoor concrete opschaling voorlopig uitblijft. Demissionair minister Tieman heeft vorige maand aan de Tweede Kamer gezegd dat het aan het volgende kabinet is om te beslissen over het vervolg van het PBNI. Dat is problematisch omdat de Noordzee een van de drukst bevaren gebieden ter wereld is en op de zeebodem belangrijke gaspijpen, data- en stroomkabels liggen — infrastructuur die essentieel is voor de Nederlandse economie, zeker nu verwacht wordt dat tegen 2030 driekwart van de elektriciteit van zee afkomstig zal zijn.