Kunstmestfabriek ICL dreigt bij volgende overtreding 10 keer hogere dwangsom te krijgen
In dit artikel:
Kunstmestfabriek ICL in de Amsterdamse haven krijgt een veel strengere aanpak van uitstoot van zoutzuur: de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied wil bij volgende overschrijdingen een dwangsom opleggen van 1,25 miljoen euro in plaats van 125.000 euro. Vrijdag is een nieuwe, aanscherpte milieuvergunning ingegaan die moet leiden tot ongeveer 75% minder geurhinder en een halvering van de uitgestoten zoutzuurconcentratie; ook wordt de controle op de schoorsteen uitgebreid van één naar drie metingen per jaar. Met het ingaan van die vergunning verviel de oude dwangsomregeling; de voorgestelde nieuwe last onder dwangsom kan maximaal twee keer worden opgelegd, waarna bij een derde overtreding aanvullende maatregelen door de toezichthouder worden overwogen.
ICL heeft bezwaar gemaakt tegen het verhoogde bedrag en een zienswijze ingediend; de omgevingsdienst neemt na beoordeling daarvan een definitief besluit. Eerder werd in september nog een overschrijding gemeten, waarop een dwangsom van 125.000 euro onder de oude vergunning betrekking heeft; in oktober voldde de fabriek aan de norm. Op 18 februari is opnieuw gemeten, maar de uitslag daarvan is nog niet bekend.
Omwonenden, vooral in Tuindorp Oostzaan, klagen al jaren over stank, brandende ogen en geïrriteerde luchtwegen die zij toeschrijven aan de uitstoot van de fabriek. Zoutzuur (HCl) kan juist die soort irritatie veroorzaken, wat de aanleiding is voor de strengere vergunning en intensiever toezicht vanuit de provincie Noord-Holland.