Kunstliefhebber, tiran en koppigaard: het verhaal van Charles I, die 380 jaar geleden als laatste royal vóór Andrew is opgepakt (én onthoofd)

zaterdag, 21 februari 2026 (07:21) - VRT Nieuws

In dit artikel:

Charles I (1600–1649) was koning van Engeland en Schotland die bekendstaat zowel als kunstmecenas — hij haalde schilders als Van Dyck en Rubens aan zijn hof — als als koppige verdediger van vorstelijk gezag. Hij besteeg de troon in 1625 op 25‑jarige leeftijd nadat zijn oudere broer was overleden, en zijn vasthouden aan het zogenaamde goddelijk recht en zijn weigering compromissen te sluiten leidden al snel tot een botsing met het Engelse parlement.

De spanningen namen toe door beleid en persoonlijke keuzes: Charles bevoogdde wetgeving, beperkte parlementaire invloed op buitenlands beleid en trouwde met de rooms‑katholieke Henrietta Maria van Frankrijk, wat in protestantse kringen extra weerstand opriep. Confrontaties escaleerden: vorstelijke arrestaties van parlementsleden werden beantwoord met tegenmaatregelen van het parlement, en in 1642 brak de Engelse Burgeroorlog uit tussen de royalistische troepen van de koning en de parlementaire strijdkrachten.

Na jaren van gevechten raakte Charles in 1646 de controle kwijt. Hij verliet Londen, richtte een leger op maar moest zich uiteindelijk overgeven — hij zocht veiligheid bij Schotse troepen die hem uitleverden aan het parlement in Londen. Hoewel hij zich formeel overgaf en dus niet in moderne zin door de politie 'gearresteerd' werd, belandde hij feitelijk in gevangenschap. Een radicale anti‑koninklijke stroming in het parlement zette een rechtszaak in gang; Charles werd beschuldigd van hoogverraad en in januari 1649 veroordeeld.

Op 30 januari 1649 vond zijn executie plaats bij Whitehall Palace: volgens de toenmalige traditie werd een vorst onthoofd. De gebeurtenis markeerde een breuk in de Engelse staatsorde — de monarchie werd tijdelijk afgeschaft en Oliver Cromwell trad op als Lord Protector. Drie jaar gevangenisstraf gingen aan de terechtstelling vooraf; Charles bleef tot het eind de juridische legitimiteit van het proces betwisten en hield vol onschuldig te zijn.

Historici wijzen erop dat het beeld van Charles als laatste gearresteerde royal niet zonder meer eenduidig is. In de decennia daarna kwamen andere leden van de koninklijke familie op uiteenlopende manieren in gevangenschap of terechtstelling terecht (onder meer de gevangenneming van de latere James II als prins en de onthoofding van de Graaf van Monmouth in 1685). De recente arrestatie van Andrew Mountbatten‑Windsor riep daardoor parallellen op in publiek debat — vooral over het thema van vermeende onschendbaarheid — maar de historische omstandigheden en politieke context zijn wezenlijk verschillend.

De zaak‑Charles I blijft een sleutelgeval in de Engelse geschiedenis: het illustreert de gewelddadige uitkomst van een constitutionele botsing over macht en de grenzen van koninklijk gezag.