Kunstenaar Marcel Pinas wil de Marroncultuur levend houden. 'Wie anders gaat iets doen voor deze gemeenschap?'
In dit artikel:
Kunstenaar Marcel Pinas (54) groeide op in en rond Moengo, een klein stadje in Suriname dat ooit floreerde door de bauxietmijnindustrie maar na het vertrek van het Amerikaanse bedrijf Suralco sterk achteruitging. Zijn jeugdherinneringen zijn doordrongen van de invloed van de Binnenlandse Oorlog en het zware politieke klimaat onder leiding van Desi Bouterse, waarbij Moengo een belangrijke rol speelde als strijdtoneel tussen het leger van Bouterse en het Junglecommando van Ronnie Brunswijk. Met name het bloedbad in Moiwana, waar bij een vergeldingsactie in 1986 39 dorpsbewoners werden gedood, vormt een centraal thema in Pinas’ werk en activisme.
Pinas is van Marron-afkomst en verweeft de cultuur en symboliek van zijn Ndyuka-gemeenschap rijkelijk in zijn kunst met gebruik van traditionele pangi-doeken en Afaka-schrifttekens. Hij richtte in 2011 het eerste museum voor moderne kunst van Suriname op, het Contemporary Art Museum Moengo (CAMM), en zette initiatieven op voor kunsteducatie, culturele festivals en het vastleggen van Marroncultuur middels een onderzoekscentrum. Zijn artist-in-residence programma’s trekken nationaal en internationaal kunstenaars aan om bij te dragen aan de wederopbouw en identiteitsbewustwording van de regio.
Ondanks zijn bekendheid in Suriname en een groeiende internationale carrière verkoopt hij relatief weinig lokaal en ondervindt hij discriminatie en maatschappelijke problemen waarmee veel Marrons te maken hebben, waaronder marginalisering en wantrouwen vanuit de samenleving en overheid. Hij maakte persoonlijke ervaringen met politiegeweld mee, vergelijkbaar met hedendaagse kwesties wereldwijd over raciale profilering.
Pinas koos bewust om geen politiek ambt te bekleden, omdat hij zijn artistieke en maatschappelijke impact niet wilde opofferen aan de grillen van het politieke landschap. Wel uit hij duidelijke kritiek op de onrechtvaardige behandeling van Marrons, het gebrek aan landrechten en de voortdurende discriminatie, maar erkent ook de positieve veranderingen sinds Brunswijk vicepresident werd.
Zijn inzet voor Moengo gaat gepaard met vele tegenslagen, zoals berichten over diefstal en vernieling van kunstobjecten tijdens lockdowns en conflicten met de overheid over het gebruik van het voormalige ziekenhuis als museumlocatie. Na een tijdelijke sluiting ging het museum begin 2023 weer open, met hernieuwde activiteiten en jongerenprogramma’s. Pinas ziet zijn werk en projecten als een levenswerk dat essentieel is voor de hoop en wederopstanding van zijn gemeenschap, waarbij hij gelooft in het benutten van culturele kracht en identiteit als motor voor maatschappelijke vooruitgang.