Kunstenaar Dries Verhoeven bouwde een fort op de Biënnale van Venetië: 'We moeten de pijn en wanhoop van onze tijd portretteren'
In dit artikel:
Performancekunstenaar Dries Verhoeven (50) vertegenwoordigt Nederland op de 61ste Biënnale van Venetië met The Fortress, een ingrijpende ingreep in het Rietveldpaviljoen die zowel de geopolitieke onrust van nu als de zelfverzekerde voorstelling van het Westen die de Biënnale vaak uitstraalt, wil bevragen. Extern zijn grote rode stalen balken rondom het paviljoen geplaatst; ramen en deuren zijn afgesloten met rolluiken en binnen is het praktisch donker. Het geheel werkt als een fysieke en mentale huls: moeilijk binnen te komen, moeilijk te verlaten.
Het project ontstond nadat Verhoeven twee jaar geleden als bezoeker door de Giardini liep en de discrepantie voelde tussen de geromantiseerde, naoorlogse voorstelling van vooruitgang in de paviljoenen en de echte onzekerheid die mensen nu ervaren. Waar het Rietveldpaviljoen traditioneel licht, open en modernistisch is — een symbool van het vrijzinnige Nederland — plaatst Verhoeven daar met The Fortress een tegenbeeld van behoudzucht en zelfbescherming. Het werk toont hoe een samenleving die haar comfortabele zelfbeeld wil vasthouden, geneigd raakt tot het opwerpen van muren en bunkerachtige oplossingen.
Bezoekers worden in groepen van ongeveer honderd mensen elk uur binnengelaten (woensdag tot en met zondag). Aanvankelijk lijkt er niets te gebeuren; je ziet alleen het gebouw en de mensen om je heen. Gaandeweg ontstaat binnen de installatie een verandering: een individu lijkt zich van de groep te onderscheiden en langzaam "slokt" de donkerte hem of haar op — een overgang naar irrationeler gedrag die de ervaring verstoort. Verhoeven wil daarmee het automatische kijkgedrag ontregelen en het lijfelijke, intuïtieve reageren van toeschouwers aanspreken. Hij beschouwt het werk als poging een bepaalde gemoedstoestand te vangen: ontreddering en het hardnekkig vasthouden aan een onschuldig zelfbeeld.
De keuze voor zo'n uitgesproken politiek-sensitieve presentatie hangt samen met de controverses rond deze Biënnale. Dit jaar leidden selecties en politieke spanningen tot opschudding: het Zuid-Afrikaanse paviljoen bleef leeg na onenigheid over een werk, de VS stuurde een omstreden kunstenaar, en de jury trok zich terug nadat bleek dat landen als Israël en Rusland zouden deelnemen. Verhoeven ondertekende een boycot tegen de aanwezigheid van Israël op de manifestatie. Hij stelt scherp dat nationale paviljoenen onderdeel zijn van soft power en dat een zogenaamd neutrale culturele uitwisseling niet losstaat van actuele misstanden; in zijn woorden roept de situatie de noodzaak op om pijn en wanhoop van deze tijd te portretteren.
Artistiek zoekt Verhoeven een balans tussen politiek en poëzie: zijn werken zijn niet louter activistisch, maar laten ruimte voor meerduidigheid en interpretatie. Hij mijdt al te duidelijke symbolen die een toeschouwer meteen in de schoenen van de kunstenaar dwingen, omdat dat volgens hem het ontwenningsproces belemmert. Met The Fortress wil hij een spiegel voorhouden aan een Europa dat zich steeds vaker afsluit — zowel fysiek als mentaal — en tegelijkertijd de bezoeker uitdagen om zelf de losse eindjes aan elkaar te knopen.