Kunnen Gereformeerde Gemeenten en Gereformeerde Gemeenten in Nederland zich nu herenigen?
In dit artikel:
Vorige week meldde ds. G. Clements namens het deputaatschap Kerkelijke Eenheid van de Gereformeerde Gemeenten (GG) aan de generale synode dat zijn deputaatschap en het deputaatschap Contact met kerken van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (GGiN) overeenstemming hebben bereikt over de uitleg van het veelbesproken begrip “aanbod van genade”. Beide deputaatschappen steunen nu een document dat de beladen bijvoeglijke naamwoorden “algemeen”, “welmenend” en “onvoorwaardelijk” nadere betekenis geeft — termen die in de jaren vijftig leidden tot stevige theologische strijd en in 1953 tot een kerkscheuring waarbij circa een zevende van de GG-leden de GGiN vormde.
De historische tegenstanders, onder wie dr. C. Steenblok, vreesden destijds dat zulke bewoordingen misleidend konden zijn: zij stelden dat Gods genade niet zomaar aan iedereen als cadeau wordt toegekend, maar verbonden is aan geloof en bekering en uiteindelijk alleen aan de uitverkorenen wordt geschonken. De nieuwe overeenkomst zoekt dat geschil te ontmijnen door explicerende ‘vrijwaringsclausules’: “aanbod” is niet te verstaan als schenken maar als verkondigen; “algemeen” betekent dat het Woord tot alle hoorders komt maar prediking moet onderscheid maken; “welmenend” mag niet suggereren dat God wil dat alle mensen zalig worden; en “onvoorwaardelijk” betreft het gezag van het Woord tegenover menselijke verdiensten, zonder de eis van geloof en bekering te laten verdwijnen.
Dat er nu een gedeelde lezing bestaat, betekent niet automatisch dat kerkelijke hereniging binnen handbereik is. Praktische en culturele barrières uit zeventig jaren gescheiden ontwikkeling blijven groot: ieder kerkverband heeft eigen instituties, medewerkers en kerkelijke praktijk opgebouwd. Bovendien kan zo’n akkoord op deputaatschapniveau theoretisch klinken terwijl op lokaal niveau onderlinge wantrouwen of afstand nog sterk aanwezig is. In sommige plaatsen lopen GG’ers en GGiN’ers al vrij vriendschappelijk over de kansel, elders is de kloof nog voelbaar.
Wie “opgeschoven” is, is niet eenduidig vast te stellen. De GGiN publiceerde in 2019 het boekje Wet en Evangelie, waarin zij toelating van de termen aanvaardbaar acht mits met die nu gehanteerde nuancering; de GG hebben die voorwaarden overgenomen. Tegelijk zijn er binnen beide kerken interne ontwikkelingen: in de GG bestaan al decennialang stromingen die dichter bij de GGiN staan en er zijn toegenomen persoonlijke banden en samenwerking. Ook historisch onderzoek (dr. M. Golverdingen) heeft oud zeer deels weggenomen.
Toch blijven er scherpe punten. De GG-synode bevestigde recent de voorlopige lijn tegen kanselruil, wat aangeeft dat institutionele eenheid nog ver weg is. Verder is het onduidelijk in hoeverre de GGiN-bestuurders de optimistische framing van ds. Clements volledig onderschrijven; de twee deputaatschappen spreken binnenkort weer met elkaar. Ook bevat het GGiN-boekje kritische opmerkingen over uitspraken van enkele GG-predikanten (zoals ds. C. Harinck) en over bepaalde puriteinse formuleringen, waardoor binnen de GG niet iedereen even enthousiast zal zijn over de gemaakte disclaimers. Tijdens de synode pleitte ds. P.J. de Raaf er juist voor het aanbod van genade “zonder mitsen en maren” zo te laten en tegelijk separatie en waarschuwing niet te verminderen — een aanwijzing dat theologische gevoeligheden blijven spelen.