Kübra Kara krijgt boete in Amsterdam, maar zegt dat ze daar nooit fietste: „Dit voelt heel naar"
In dit artikel:
Kübra Kara, een psycholoog uit Zaandam, kreeg een boete van 179 euro omdat ze volgens de politie op 3 juli om 07.41 uur op de Haarlemmerdijk in Amsterdam met een mobiele telefoon in haar hand zou hebben gefietst. Kara stelt dat ze die ochtend thuis in bed lag nadat ze de avond ervoor een film had gekeken; ze woont op loopafstand van haar werk en gebruikt al jaren geen fiets voor woon-werkverkeer. Ze vermoedt identiteitsfraude of een persoonsverwisseling door de politie.
In het door de politie opgestelde proces‑verbaal, dat Trouw kon inzien, schrijft de agent dat hij geen actieve herinnering heeft aan het voorval en die dag meer dan vijftien mensen staande hield. Volgens het verslag kon de staande gehouden persoon zich niet identificeren; de agent achterhaalde een naam via het politiezosysteem. Het is onduidelijk of de agent standaard verificatievragen (zoals geboortedatum of adres) stelde om zeker te zijn van de identiteit: dat is in elk geval niet genoteerd en de agent kan zich dat niet herinneren.
De politie houdt vast dat het proces‑verbaal, op ambtseed opgemaakt, voldoende bewijs is, waardoor Kara de boete moet voldoen. Kara voelt zich onrechtvaardig behandeld en zegt aangifte te doen van identiteitsfraude en in beroep te gaan bij de kantonrechter. Ze benadrukt dat het haar niet om het geld gaat maar om het principe: „Het voelt gewoon heel oneerlijk.”
Jurist Nick Voorbach van Verkeersboete.nl noemt de zaak juridisch interessant: verificatievragen zijn wettelijk verplicht en als die niet zijn gesteld of vastgelegd, vergroot dat de kans dat Kara de zaak bij de rechter wint. Zij kan ook haar vriendin als getuige laten optreden, maar Voorbach denkt dat dat mogelijk niet eens nodig is als de politie procedurefouten heeft gemaakt.
Naar aanleiding van Kara’s bericht op LinkedIn meldden meerdere mensen soortgelijke ervaringen — waaronder iemand die een boete kreeg terwijl ze in Limburg was en bewijs van aanwezigheid op het werk had. De politie zegt niet op individuele zaken in te kunnen gaan, erkent dat fouten incidenteel voorkomen en benadrukt dat agenten zorgvuldig proberen iemands identiteit vast te stellen wanneer er geen ID is.
Kortom: Kara bestrijdt een bekeuring die volgens haar onterecht is, er is twijfel over of de politie de identiteit correct heeft geverifieerd, en de uitkomst bij de kantonrechter kan belangrijk zijn voor hoe zulke gevallen juridisch worden beoordeeld.