Kritische kinderrechter ontslaat Jeugdbescherming Noord in zaak waarbij de vader van een 3-jarige jongen zijn moeder vermoordde
In dit artikel:
De kinderrechter heeft Jeugdbescherming Noord (JB Noord) ontheven als voogd in de zaak van een nu vijfjarige jongen uit Drenthe. Het kind verloor zijn moeder op 5 mei 2024; de vader doodde haar en pleegde daarna zelfmoord. JB Noord was door de rechtbank als voogd aangesteld, maar drie kinderrechters oordeelden op 12 januari dat de organisatie niet volgens de geldende richtlijnen heeft gehandeld.
De rechtbank stelde meerdere ernstige tekortkomingen vast: het Handelingsprotocol na partnerdoding werd niet gevolgd, specialistische traumazorg kwam pas na anderhalf jaar op gang en JB Noord bleef vasthouden aan uiteenlopende verklaringen over de doodsoorzaak, terwijl het Openbaar Ministerie en de Raad voor de Kinderbescherming uitgaan van moord gevolgd door zelfdoding. Volgens de rechters is het werken met meerdere, tegenstrijdige scenario’s schadelijk voor het kind; de rechtbank kwalificeert de aanpak als onvoldoende en onbegrijpelijk.
Eerder had de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) JB Noord al onder verscherpt toezicht geplaatst wegens grote zorgen over de bescherming van kinderen in Drenthe en Groningen. In het dossier wees de grootmoeder van moederszijde erop dat er al vóór de dood sprake was van ernstig huiselijk geweld (ondersteund door geluidsopnamen) en dat zij herhaaldelijk zorgen had gemeld waarop door JB Noord onvoldoende werd ingegaan. De rechtbank ziet een verband tussen de gebreken in dit dossier en de signalen uit het IGJ-rapport.
De jongen verblijft sinds september bij een pleeggezin naast het ouderlijk huis; hoewel hij daar op korte termijn redelijk lijkt te functioneren, uitte de rechtbank twijfels over de geschiktheid van deze verblijfsplek op langere termijn. Ook is kritiek op de manier waarop contact met de oma van moederszijde is teruggeschroefd.
De voogdij van JB Noord moet uiterlijk 1 juni beëindigd zijn. De Raad voor de Kinderbescherming onderzoekt wie de voorlopige voogdij krijgt en rapporteert uiterlijk 30 maart; eind april staat een vervolgzitting gepland. De uitspraak benadrukt dat bij gevallen van partnerdoding snelle, eenduidige en deskundige interventie cruciaal is voor de bescherming van het kind.