Kritiek van huurders én verhuurders op voorstel minister: 'Tien nieuwe steden beloofd, hogere huren geleverd'
In dit artikel:
Minister Elanor Boekholt-O’Sullivan legde maandag aan de Tweede Kamer een pakket van vijf wetswijzigingen voor om het aanbod van middenhuurwoningen te vergroten. De voorstellen maken het mogelijk dat verhuurders meer kunnen vragen voor duurdere woningen, voor nieuwbouw en voor huizen zonder balkon of tuin. Verder mogen alle studenten voortaan tijdelijke huurcontracten krijgen (nu alleen studenten van buiten de gemeente) en kunnen verhuurders van nieuwbouw langer een opslag van 10 procent toepassen om kosten te dekken. Drie van de vijf veranderingen richten zich op versoepeling van de Wet betaalbare huur.
De plannen stuiten op kritiek van zowel huurdersorganisaties als de verhuurdersbranche, die vrezen dat de maatregelen vooral tot hogere huren leiden en nauwelijks extra aanbod opleveren. TU Delft-hoogleraar Peter Boelhouwer ondersteunt versoepeling van de Wet betaalbare huur omdat die eerder tot desinvesteringen en verkopen heeft geleid, maar verwacht dat de voorgestelde aanpassingen geen grote doorbraak vormen. Volgens hem spelen belastingdruk (met name de fictieve rendementheffing in box 3) en de hogere hypotheekrente een veel belangrijkere rol bij de terugtrekking van private beleggers.
Vastgoed Belang ziet eveneens weinig effect: uit een peiling onder 1.100 verhuurders die nu woningen verkopen of dat van plan zijn, zegt slechts 6 procent weer te zullen gaan verhuren. De branche pleit daarom voor ingrijpendere wijzigingen om verkoopgolven te keren.
Stichting !Woon en de Woonbond zien vooral nadelen voor huurders. !Woon verwacht dat nieuwe middenhuurders (het segment van circa €930–€1.230) tientallen euro’s per maand meer kunnen gaan betalen en dat sommige woningen weer in de vrije sector terechtkomen, met grotere huurstijgingen tot gevolg. De Woonbond bekritiseert dat het kabinet nu al aanpassingen wil doorvoeren terwijl de Wet betaalbare huur nog geen twee jaar van kracht is en pas volgend jaar geëvalueerd wordt; directeur Zeno Winkels benadrukt dat beleid op feiten en niet op lobbydruk moet berusten en vreest dat de voorstellen vooral commerciële verhuurders ontzien en de huurbescherming verzwakken.
Kort samengevat: het kabinet zoekt met beperkte versoepelingen naar extra middenhuur, maar deskundigen en belangenorganisaties twijfelen of dit de woningcrisis wezenlijk zal verlichten; zij wijzen op bredere fiscale en financiële knelpunten die eerst moeten worden aangepakt.