Kritiek op de aanpak van jeugdcriminaliteit vraagt ook om wetenschappelijke zelfreflectie | opinie
In dit artikel:
Gemeenten geven jaarlijks ruim 100 miljoen euro van publiek geld uit aan maatregelen om jeugdcriminaliteit te voorkomen, maar volgens Roy Krijger en Simon Venema (Lectoraat Verslavingskunde & Forensische Zorg, Hanzehogeschool Groningen) is er vaak weinig zicht op wat die uitgaven daadwerkelijk opleveren. De Zembla‑aflevering “De prijs van jeugdcriminaliteit” (28 mei) toont dat dit geld uiteenlopend wordt besteed: zo’n 250 uiteenlopende initiatieven — van VR‑simulaties en escape rooms tot schoolvoorlichting — krijgen financiering, terwijl overtuigend bewijs voor effectiviteit vaak ontbreekt en sommige programma’s zelfs averechts kunnen werken.
Krijger en Venema wijzen op twee knelpunten. Ten eerste is het aantal écht bewezen effectieve interventies klein en zijn effecten meestal beperkt. Ten tweede klopt de manier waarop veel onderzoek gebeurt niet goed met de praktijk: studies testen vaak één geïsoleerde interventie in een afgebakende setting, terwijl professionals in gemeenten, politie, scholen en zorg doorgaans met combinaties van maatregelen en voortdurend wisselende omstandigheden werken. Die kloof maakt dat onderzoeksresultaten moeilijk bruikbaar zijn voor besluitvorming en uitvoering.
De auteurs pleiten voor een bredere en praktijkgerichtere aanpak van evaluatie. Niet alleen afzonderlijke methoden moeten onderzocht worden, maar ook de samenhang tussen interventies, de manier van implementatie, samenwerking tussen organisaties en het relationele werk van professionals met jongeren. Ze roepen op tot nauwere samenwerking tussen onderzoekers, uitvoerders en beleidsmakers: samen leren welke mix van werkwijzen werkt, voor welke jongeren en in welke omstandigheden, en die kennis vervolgens gebruiken om aanpakken iteratief te verbeteren.
Als voorbeeld noemen de auteurs relatief eenvoudige, langdurige en relationele interventies — zoals teamverband bij lokale sportverenigingen met betrokken coaches en rolmodellen — als type aanpak dat kansrijk kan zijn, al zijn ook hiervoor robuuste bewijzen schaars. De kernboodschap is dat goede intenties niet genoeg zijn: bij besteding van publiek geld moet effectiviteit centraal staan, en onderzoek en praktijk moeten dichter bij elkaar komen om preventie daadwerkelijk te versterken.
Achterliggende suggesties die voortvloeien uit dit betoog zijn het inzetten van evaluatiemethoden die rekening houden met complexiteit (bijv. mixed‑methods, realistische evaluaties, praktijkgestuurde kennisontwikkeling) en het prioriteren van maatregelen met aantoonbare meerwaarde voor jongeren en samenleving.
De Oranjezomer: Hugo Borst maakt statement tegen Ronaldo: 'Er is een complot gaande...'