Doodstraf hangt boven hoofd oud-president Zuid-Korea, 'waarschijnlijk niet uitgevoerd'

woensdag, 18 februari 2026 (23:31) - NOS Nieuws

In dit artikel:

Oud-president Yoon Suk-yeol staat op het punt zijn vonnis te horen voor een mislukte machtsgreep op 3 december 2024, een zaak die Zuid-Korea schokte en tegelijk de veerkracht van zijn democratie blootlegde. De coup duurde feitelijk slechts enkele uren: Yoon kondigde rond 23.00 uur de staat van beleg af en probeerde via het leger het bestuur te consolideren nu het parlement, met oppositie-meerderheid, zijn beleid blokkeerde. Militairen moesten volksvertegenwoordigers uit het parlementsgebouw houden, maar genoeg afgevaardigden wisten het gebouw binnen te dringen—soms via ramen—en stemden de krijgswet terug. Grote straatprotesten ondermijnden Yoons positie; na uren van chaos trok hij zijn steun in.

Volgens aanklagers en onderzoekers zat de voorbereiding van de coup maandenlang in de steigers: Yoon, enkele kabinetshoofden en hoge legerofficieren zouden het plan hebben voorbereid. Als motivatie voerde Yoon aan dat de oppositie sympathieën zou koesteren voor Noord-Korea en dat het land gevaar liep, maar experts achten die dreiging onwaarschijnlijk. Sommigen stellen dat Yoon mogelijk een reactie van Noord-Korea wilde uitlokken om zo een voorwendsel te creëren om het parlement te buitensluiten en macht te grijpen.

Juridisch staat Yoon zwaar: beschuldigingen omvatten landverraad en het beramen van rebellie. Tegen hem is de doodstraf geëist; alternatieven zijn levenslange gevangenisstraf of levenslang met dwangarbeid. Deskundigen verwachten dat hij wel eens zou kunnen worden veroordeeld tot de doodstraf, maar wijzen erop dat Zuid-Korea sinds 1997 geen executies meer uitvoert en internationaal gevoelig ligt bij toepassing van deze straf. Historische precedentgevallen tonen dat zware straffen mogelijk zijn—zo kreeg oud-premier Han Duck-soo onlangs 23 jaar—maar een daadwerkelijke uitvoering van de doodstraf wordt als onwaarschijnlijk beschouwd; een commutatie naar levenslang en mogelijke latere gratie ligt meer voor de hand.

De gebeurtenissen maakten duidelijk hoe uitzonderlijk en beladen de zaak is: het zou voor het eerst zijn dat een democratisch gekozen Zuid-Koreaanse president voor rebellie wordt veroordeeld. Tegelijk herinnerde de nationale reactie sterk aan traumatische episodes uit het verleden, zoals het bloedbad van Gwangju (1979–1980), en illustreert het diepe maatschappelijk verzet tegen autoritarisme. Veel Koreanen mobiliseerden snel en massaal, wat volgens analisten toont dat de democratische instituties en het maatschappelijke geheugen krachtig genoeg waren om een snelle terugkeer naar dictatuur te verhinderen.