Koster uit Kampen heeft recht op 60.000 euro nabetaling; wat betekent dit voor andere kerken?
In dit artikel:
„Kosters moeten streng zijn op zichzelf en waken voor te veel overuren,” zegt Dirk de Vogel van CNV — en die waarschuwing kreeg recent extra gewicht na een rechtszaak in Zwolle. Op 2 december kreeg een koster van de Nederlandse gereformeerde Bazuinkerk in Kampen van de rechtbank een nabetaling van circa 60.000 euro toegewezen omdat hij sinds 2006 nooit de in de kosters-cao afgesproken onregelmatigheidstoeslag van 25% had ontvangen. De betaling betreft de periode 2020–2025; oudere vorderingen zijn verjaard.
De kwestie kwam aan het licht toen de kerk hem dit jaar uit financiële overwegingen wilde ontslaan en hij met hulp van vakbond CGMV zijn achterstallige rechten opvroeg. Hoewel het vonnis voor de betrokken gemeente een flinke tegenvaller is, wijzen vakbonds- en sectorexperts erop dat het besluit niet zonder meer op alle kerken in Nederland kan worden gegoten. De cao waarop de uitspraak gebaseerd is, geldt specifiek voor kosters van de Nederlandse Gereformeerde Kerken (Ngk) — ongeveer driehonderd personen. Kosters binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) vallen onder een andere regeling die grotendeels is overgenomen van de rijksambtenarencao, en bij de Gereformeerde Gemeenten (GG) bepaalt elke gemeente afzonderlijk de verloning.
Juridisch en organisatorisch hoort overleg tussen kerk en werknemer eerst te leiden tot een oplossing, aldus juriste Janneke Wiersema van CGMV; pas als dat faalt, moet de rechter ingrijpen. Steunpunt Kerkenwerk ziet geen grote golf van vergelijkbare claims binnen de Ngk’s, maar adviseert kerken wel om oude arbeidsovereenkomsten en functiebeschrijvingen te herzien zodat werkzaamheden en toeslagen nog aansluiten bij de bedoeling van de regeling. CNV en anderen benadrukken ook dat kosters zelf moeten letten op werkuren en overuren zoveel mogelijk compenseren met vrije tijd of ze laten uitbetalen, om nieuwe conflicten te voorkomen.