De kinderopvang wordt bijna gratis, maar ouders zijn (nog) niet meer gaan werken
In dit artikel:
Het kabinet heeft sinds 2025 de kinderopvangtoeslag stapsgewijs verhoogd als voorbereiding op de bijna gratis kinderopvang die in 2029 ingaat, met als bedoeling ouders financieel te stimuleren meer te gaan werken. Lage inkomens begonnen als eerste met hogere vergoedingen; gezinnen met twee kinderen kregen vorig jaar bijna €1.000 extra. Uiteindelijk moet iedereen vanaf 2029 slechts 4 procent van het door de overheid vastgestelde uurtarief betalen, terwijl de staat rechtstreeks aan opvangaanbieders betaalt en terugvorderingsrisico’s verdwijnen.
Tot nu toe lijkt die prijsprikkel echter weinig effect te sorteren. Data van Sociale Zaken laten zien dat het aantal afgenomen opvanguren in het tweede kwartaal van 2025 zelfs licht daalde en dat wachtlijsten afvlakken. Econoom Thomas van Huizen en belangenorganisaties wijzen op meerdere redenen: cultuur en gewoonten (in Nederland is het gebruikelijk dat kinderen meerdere dagen thuis zijn), beperkte bekendheid met de nieuwe toeslagen, argwaan tegen het aanvragen van toeslag en de ingewikkelde rekensommen die nodig zijn om te bepalen wat extra werken netto oplevert. Ook stijgen de uurprijzen van opvang, waardoor het pas aan het eind van het jaar echt duidelijk is wat ouders netto hebben betaald en ontvangen.
Een belangrijk knelpunt blijft het risico op grote terugvorderingen — een gevoelig thema sinds het toeslagenschandaal. Doordat toeslagen voorlopig hoger zijn, nemen potentiële terugvorderingsbedragen toe bij fouten of inkomensveranderingen. Tegelijkertijd wijst het ministerie erop dat steeds meer inkomensgroepen recht krijgen op het maximale vergoedingspercentage (96 procent), wat het terugvorderingsrisico bij inkomensschommelingen kan verkleinen. Over de daadwerkelijke omvang van terugvorderingen in 2025 is nog geen overzicht.
Critici, waaronder onderzoekers van CPB en SCP, merken op dat de uiteindelijke voordelen vooral bij hogere inkomens terechtkomen en twijfelen of die groepen daardoor echt meer gaan werken; het kan ook betekenen dat mantelzorg door grootouders afneemt. Voor buitenschoolse opvang verwacht men wel een grotere arbeidsmarktverschuiving: ouders die nu halverwege de middag stoppen, kiezen eerder voor bso als het goedkoper wordt.
Voor een soepel verloop van het nieuwe stelsel moet de sector betrouwbare, maandelijkse urenrapportages aanleveren; momenteel voldoet slechts zo’n 60 procent daaraan, wat zorgen wekt over fouten en malafide aanbieders. Vertrouwen herstellen bij ouders en het verbeteren van administratieve processen blijven cruciaal om de beoogde arbeidsstimulans van de maatregel te laten werken.