Kordaat bracht kunstenaar Julie de Graag (1877-1924) in haar houtsneden dieren en planten terug tot een herkenbaar silhouet

woensdag, 27 mei 2026 (00:00) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Julie de Graag (1877–1924) wordt in een nieuw tweedelig boekwerk door Jan Jaap Heij en Jan Paul Hinrichs weer in de schijnwerpers gezet: hun fraaie uitgave verzamelt haar houtsneden en plaatst haar oeuvre in het culturele klimaat van begin twintigste eeuw. Tegelijkertijd is werk van haar te zien in het Drents Museum De Buitenplaats in Eelde.

Al tijdens haar leven had De Graag een klein maar invloedrijk netwerk — onder anderen H.P. Bremmer — maar ze stond verder wat buiten de gevestigde kunstwereld. Ze was lid van de vereniging ‘De Grafische’ en toonde zestien/twintig (artikel meldt 26) houtsneden in het Stedelijk, maar gold als eenzelvig en kampte met lichamelijke en psychische klachten. Na een brand in 1908 gingen veel van haar werken verloren; ze stierf relatief jong, waarna haar nalatenschap bijna in vergetelheid raakte. In 1928 nam Anton van der Boom twee van haar werken op in zijn overzicht De moderne houtsnede in Nederland, waarmee hij haar in de bredere revival van de grafiek plaatste.

De Graag werkte vooral klein en precies; houtsneden waren het hart van haar praktijk, naast tekenen en schilderen. Ze sneed in kops hout (de moeilijke kant van het materiaal) en ontwikkelde een stijl die zowel stevig en grafisch als ingetogen en lyrisch is. Haar vormentaal balanceert tussen art-nouveau‑achtige elegantie en een sterke reductie van vorm die aan Japanse houtsneden doet denken: dieren en planten reduceert ze tot zuivere silhouetten en enkele lijnen. Papegaaien, reigers, katten en bloemen keren terug in haar repertoire en tonen haar vermogen om met minimale middelen veel karakter en ritme te bereiken.

De publicatie van Heij en Hinrichs en de tentoonstelling geven recht aan een klein maar bijzonder oeuvre en bieden een herwaardering van een kunstenaar die vanwege persoonlijke tegenslag en beperkte verspreiding lange tijd onderbelicht bleef.