Koploper Energiek Heusden: Jan Katsman 'Behoud comfort belangrijk bij energiebesparing'
In dit artikel:
Jan Katsman uit Drunen is sinds de vroege jaren zeventig bezig met praktische en vaak zelf gebouwde maatregelen om het gas- en elektriciteitsverbruik van zijn jaren ’60 twee-onder-een-kapwoning te verminderen, met behoud van wooncomfort als leidraad. Zijn ‘energiepad’ begon met een weddenschap: het schakelen van de verwarmingspomp (eigen en van buren) om onnodig draaien te stoppen. Dat werd zijn vertrekpunt voor decennialange verbeteringen.
Toen hij en zijn vrouw in 1978 het huis kochten (eerder bouwjaar 1960, met een keukenuitbouw uit 1965) was het in slechte staat: geen isolatie, tocht, en een gaslek dat de warmwatervoorziening acuut liet stoppen. Het jaarverbruik van de vorige bewoner was 4.400 m3 gas; door reinigen van de sterk vervuilde ketel, pompschakeling en radiatoren inregelen daalde dat ondanks de koude winter van 1978/79 naar 3.600 m3. In de eerste vijf jaar volgden praktische aanpassingen: garage, geïsoleerde betonvloer, tweede trap, dakkapel en een destijds gebruikelijke maar te dunne dakisolatie (4 cm glaswol).
Halverwege de jaren ’80 verving hij de oude ketel door een zuinigere uitvoering — net vóór de HR-ketels op de markt kwamen — en in 2020 werd alsnog een HR-ketel geïnstalleerd omdat onderdelen voor de oude niet meer verkrijgbaar waren. Slim gecombineerd met een bestaande indirecte boiler en een warmtewisselaar in de schoorsteen prewarmde hij tapwater, wat experimenteel zo’n 200 m3 gas bespaarde. Ook het vermijden van nachtverlaging leverde extra besparingen op.
Toen een poging om muren van binnenaf te isoleren mislukte door poreuze baksteen bouwde hij een heet-lucht-zonnepaneel om de spouw te verwarmen; dat bespaarde circa 400 m3 per jaar. Dit paneel is sindsdien twee keer gerenoveerd en later op de woonkamer aangesloten, waardoor het verbruik verder daalde naar circa 1.800 m3 per jaar. In 2000 verving hij alle ramen door kunststof kozijnen met dubbel HR-glas; dat verbeterde het comfort duidelijk, maar besparing bleef onder de verwachtingen (circa 200–300 m3).
Op het dak plaatste hij in 2013 negen zonnepanelen (2,5 kWp), later uitgebreid en deels vervangen, waarna het systeem nu rond de 4 kWp levert en grotendeels in eigen verbruik voorziet. In 2018 liet hij de spouw vullen met EPS-parels (zoals de buurman) wat ongeveer 300 m3 gas scheelde; openingen naar het dak dichtspuiten met PUR verholpen koude tocht op de bovenverdieping en verlaagde verbruik nog iets.
In 2023 installeerde Katsman een airco die ook verwarmt; de gemeten SCOP bleek gunstiger dan verwacht, mogelijk doordat leidingverliezen wegvielen, al is het comfort op de bovenverdieping minder dan vroeger. Meten is voor hem cruciaal: kleine experimenten zoals een RVS-vaatje in de bijkeuken voor voorverwarming van waswater leveren circa 0,5 kWh per wasbeurt op. Hij vergelijkt verbruik consequent met graaddagen om weersinvloeden te elimineren en signaleert dat energieleveranciers die correctie vaak niet toepassen — iets waar hij hen over heeft aangesproken.
Katsmans aanpak illustreert alledaagse, vaak laagdrempelige ingrepen gecombineerd met monitoring en knutseloplossingen, gericht op energiebesparing zonder in te leveren op comfort.