Koos van Dijk (81) over Herman Brood, 25 jaar later: 'Ik had eigenlijk verkering met hem'

zondag, 8 maart 2026 (08:13) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Het is druk in café Stach in Groningen als Koos van Dijk (81) vertelt over acht decennia aan herinneringen rond Herman Brood, de artiest die in 1946 in Zwolle werd geboren en op 11 juli 2001 uit het Hilton in Amsterdam sprong. Van Dijk — geboren 28 februari 1945 in Winschoten — was jarenlang Broods manager, compagnon en spil achter het succes van Herman Brood & His Wild Romance; hij blikt terug in zeven stellingen op hun gezamenlijke carrière, de risico’s, de offers en het erfgoed.

Van Dijk stelt dat zijn nuchtere, sobere aanpak cruciaal was: omdat hij niet dronk of gebruikte, kon hij de logistiek en discipline bewaren die nodig waren om shows en tournees door te zetten. Die harde wil en het nachtleven in Groningen — waar Brood zich in de jaren zeventig ontwikkelde door bijna elke avond te spelen — legden volgens Van Dijk de basis voor platen als Street en Shpritsz en voor het later internationale succes.

Tegelijk vindt hij dat Brood primair muzikant was; schilderen en andere kunsten waren belangrijk en lucratief, maar de oerenergie van Brood zat volgens Van Dijk in zijn optredens, in de directe wisselwerking met publiek. Toch erkent hij de kracht van Broods visuele kunst en de rol ervan in zijn nalatenschap.

Een van de meest indringende passages gaat over de extremes die Van Dijk voor succes accepteerde, met name tijdens de Amerikaanse tour van 1979. Hij beschrijft hoe hij drugs invoerde om de tour te laten doorgaan — een praktijk met enorme risico’s in de VS — en hoe een gestolen flightcase met speed cruciale optredenskansen in New York dichtgooide. Die gebeurtenissen markeerden volgens hem keerpunten: de toekomst in grotere Amerikaanse shows en tv-optredens liep mis, gedeeltelijk door die tegenslag en door Broods onvermogen om grenzen te stellen.

Privé betaalde Van Dijk een prijs: het managen van Brood vroeg harde keuzes en leidde tot verbroken relaties. Hij moest muzikanten aantrekken en soms ook weer ontslaan, telkens zichzelf heruitvinden en doorgaan. Na Broods dood begon voor Van Dijk een nieuw hoofdstuk: zorgen dat de naam en het werk van Brood voortleven. Hij organiseert herdenkingen, denkt aan kleinschalige hommages en werkt mee aan projecten met oud-bandleden zoals David Hollestelle en Guzz Genser — tegelijk wijst hij erop dat merkrechten bij de familie liggen en dat overleg nodig is om namen als Wild Romance te gebruiken.

Noordelijk erfgoed speelt een grote rol in zijn verhaal: Van Dijk profileert zichzelf als echte noorderling, gevormd in Winschoten, waar hij zijn carrière als dj en café-eigenaar begon. Die achtergrond verklaart zijn nuchterheid en doorzettingsvermogen. Nu woont hij in Amsterdam met zijn verloofde Donna Rochz, burlesque danseres Miss Donna Dutch, en blijft hij actief in het levend houden van herinneringen aan Brood — onder meer via merchandise en tentoonstellingen.

Ondanks verlies, persoonlijke offers en de pijn van het zien van Broods verslaving en uiteindelijke dood, zegt Van Dijk dat hij alles opnieuw zou doen. Hij voelt nog altijd een diepe verbondenheid met Brood — “een wild romance” — en getuigt van hoe Broods invloed tot ver buiten Nederland reikte, onder anderen via muzikanten uit de VS die hem bleven eren.