Koordirigent Gerben van der Veen (1956-2026) geloofde dat de mens God in zichzelf moet zoeken

vrijdag, 24 april 2026 (17:03) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Een gebeurtenis tijdens de Tweede Wereldoorlog legde de kiem voor het leven van componist en koordirigent Gerben van der Veen: in 1942 voerde het dorpskoor De Eendracht uit Abbega midden in de bezetting Bachs Matthäus-Passion uit, een initiatief van violiste Jeanne Gerretsen. In dat koor zongen ook Feite van der Veen en Klaaske Bergstra; zij zouden in 1956 een zoon krijgen, Gerben, die sindsdien geboeid bleef door Bach. Het harmonium waarop die eerste Friese Matthäus werd begeleid staat nog steeds in zijn werkruimte, waar een buste van Bach zijn muzikale optrekje bewaakte.

Van der Veen groeide op in een muzikaal gezin; zijn vader was binnenvisser en kerkorganist. Toen die vroeg stierf, nam Gerben op vijftienjarige leeftijd zijn plaats als organist in Heeg in. Samen met broer Sjoerd volgde hij later een opleiding aan de Muziek Pedagogische Academie in Leeuwarden en werkte vervolgens vooral in het muziekonderwijs. Vanaf de eindjaren zeventig gaf hij tot circa 2010 dertig jaar les in piano en orgel aan het Centrum voor Kunsten A7 in Heerenveen; het failliet van die school trof hem zeer, maar gaf hem ook ruimte om zich intensiever aan dirigeren en componeren te wijden.

Samen met zijn vrouw Janke richtte hij de stichting Collegium Vocale Fryslân op. Onder die vlag bracht hij eigen ensembles en projectkoren samen — uit een bestand van ongeveer zeshonderd zangers — en legde hij sterke accenten op educatie. Hij dirigeerde vele koren, initieerde koorfestivals in het noorden en stond bekend als een bezielend leider met een helder klankidee en warme, speelse werkwijze; zangers haalden vaak inspiratie uit zijn lijfspreuk: “Gij zult niet haasten.”

Als componist schreef Van der Veen omvangrijke werken met een uitgesproken sacraal karakter, maar ook met een eigen, soms weerbarstige signatuur. Enkele weken voor zijn onverwachte overlijden voltooide hij de Fryslân Symphony in elf delen — voor groot orkest, groot koor, kinderkoor en sopraan — met teksten van dichter Eppie Dam. Dam en Van der Veen werkten al eerder samen; in coronatijd leverde hun samenwerking het Friese In frjemdling yn Jeruzalem op, voortkomend uit een Friese bewerking van de Matthäus-tekst van Jan Rot.

Persoonlijk stond Van der Veen bekend als zachtmoedig, geestig en vruchtbaar in ideeën. Zijn vrouw Janke omschreef hun gedeelde avonden na repetities als “sacrale momenten”; zijn benadering van geloof was eerder zoeken naar goedheid in de mens dan het volgen van kerkelijke dogma’s — dat bleek ook uit zijn onconventionele behandeling van delen als het Agnus Dei in zijn requiem voor zijn ouders, Luceat eis.

Gerben van der Veen overleed op 25 maart aan een hartstilstand in Haskerdijken. Zijn overlijden laat een groot gemis achter in de Friese korenwereld: collega’s, uitgevers en zangers prijzen zijn charisma, zijn scheppende nalatenschap en de blijvende impact van zijn werk en onderwijs. Dichter Eppie Dam vatte het zo samen: de woorden en melodieën die hij naliet, houden zijn stem hoorbaar.