Koopkrachtgroei volgens CPB is nep: werkenden gaan achteruit
In dit artikel:
Het Centraal Planbureau (CPB) en werkgeversorganisatie AWVN stellen dat de lonen in Nederland harder stijgen dan de prijzen, met een gemiddelde cao-loonstijging van 3,9 procent in juni tegenover een officiële inflatie van 3,2 procent. Volgens deze cijfers zouden werkenden er financieel op vooruitgaan. Echter, deze voorstelling van zaken wordt flink bekritiseerd omdat de officiële inflatieberekening volgens critici ver afstaat van de dagelijkse realiteit. Het CBS en CPB hanteren methodes waarbij prijzen van vergelijkbare producten worden vergeleken in plaats van identieke producten, waardoor prijsstijgingen minder scherp lijken, terwijl consumenten in de praktijk wel degelijk hogere kosten ervaren, onder andere door duurdere boodschappen, energierekeningen, huur, zorgkosten en belastingen zoals erfbelasting.
Daarnaast waarschuwt AWVN dat loonsverhogingen moeten “normaliseren” om bedrijven betaalbaar te blijven, maar dit wordt gezien als onterecht terwijl ondernemers juist zwaar worden belast door hoge energieprijzen, strenge klimaat- en stikstofregels en bureaucratische druk. Deze lastendruk maakt het ondernemerschap steeds moeilijker, wat volgens critici niet wordt erkend door het CPB dat vasthoudt aan papieren berekeningen van koopkrachtverbetering.
In de dagelijkse praktijk ervaren Nederlanders een verslechtering van hun koopkracht door onder andere stijgende woonlasten, onbetaalbare kinderopvang en toenemende belastingen. De kritiek luidt dat politieke en financiële rapporten niet aansluiten bij de werkelijkheid van het leven en worden gebruikt om sociale onvrede te sussen. Er wordt opgeroepen tot een politieke verandering, waarbij eerlijke cijfers en daadwerkelijke lastenverlichting centraal moeten staan, in plaats van schijnbare koopkrachtgroei die weinig betekent wanneer basisbehoeften onbetaalbaar worden en erfbelasting families zwaar belast.