Koningin Roemenië was patiënt bij fysiotherapeut Walcheren; spraakmakend vorstenhuis in Wied

dinsdag, 24 maart 2026 (16:52) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Het huis Wied is een eeuwenoud Duits adellijk geslacht uit het Rijngebied, met wortels terug tot 1107 toen Metfried als eerste graaf wordt genoemd. Oorspronkelijk waren de Wieds Gaugrafen die door huwelijken en erfenissen hun graafschap uitbreidden. Hun zetels lagen bij kastelen als Altwied (later een ruïne omdat stenen hergebruikt werden voor Mon Repos en Ehrenbreitstein), Runkel en het in 1653 gestichte Neuwied aan de Rijn, waar de familie nog steeds woont in Slot Neuwied.

Door de eeuwen heen leverde het huis Wied meerdere hoge geestelijken, waaronder aartsbisschoppen van Keulen, Trier en Paderborn. In 1243 stierf de mannelijke lijn uit en via huwelijken versmolten takken als Isenburg en Runkel met Wied; later splitste het bezit zich in Wied-Neuwied en Wied-Runkel, maar in 1824 werd alles weer verenigd onder één familie. In 1784 werden de graven tot rijksvorsten verheven en voerden sindsdien de titel Fürst (prins) van Wied.

Neuwied ontwikkelde zich onder een vorstelijk beleid tot een plek van religieuze verdraagzaamheid; bewoners uit verschillende christelijke stromingen en een Joodse gemeenschap vestigden zich er. Belangrijke persoonlijkheden met band aan de regio zijn Friedrich Wilhelm Raiffeisen (1818–1888), pionier van coöperatieve kredietbanken — de Raiffeisenbanken die uiteindelijk in Nederland deel zouden worden van de Rabobank — en de voorouders van de Rockefeller-familie, afkomstig uit Rockenfeld dat in Neuwied opging.

Het Napoleontische mediatiseringsproces in 1806 ontnam het vorstendom Wied zijn soevereiniteit; het grondgebied ging naar Nassau en Pruisen. De familie behield echter haar privébezit: uitgestrekte bossen in het Westerwald en de grote landgoederen Slot Neuwied, Burcht Runkel en het vrij imposante paleis Mon Repos (opgetrokken 1757–1761, later uitgebreid).

De negentiende eeuw bracht opvallende telgen. Een artistieke generatie omvatte prinses Louise Philippine (componiste), schilder Karl en Viktor die in 1812 in de veldslagen tegen Napoleon omkwam. Prins Maximilian (1782–1867) maakte naam als ontdekkingsreiziger en etnograaf in Brazilië en publiceerde uitgebreid over inheemse volken. Vorst Hermann (1814–1864) bevorderde Duitse emigratie naar Texas en trouwde met prinses Marie van Nassau-Weilburg, waardoor er nauwe familiebanden met de Nederlandse Nassaus ontstonden — verbindingen die later onder meer leidden tot relaties met koningin Emma en koningin Wilhelmina.

De meest bekende Wied-telg is koningin Elisabeth van Roemenië (Carmen Sylva), nicht van koningin Emma. Zij was actief als schrijfster en dichteres en hield een villa in Domburg, waar zij onder behandeling was bij fysiotherapeut dr. J.G. Metzger. Andere familieleden raakten betrokken bij 20e-eeuwse politieke stormen: een zoon trad toe tot de nazi’s en een andere Wied, Wilhelm, werd kort in 1914 gekozen als vorst van het nieuw ontstane Albanië, maar moest vertrekken toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Familierelaties met het Nederlandse koningshuis liepen uiteen: Pauline van Württemberg, die trouwde met vorst Friedrich van Wied, werd later overtuigd nazi, waarna koningin Wilhelmina het contact verbrak.

De Wied-familie bewaart een omvangrijke fotografische collectie — vanaf 1845 — met cultuurhistorische waarde en bezit nog steeds belangrijke kastelen en landerijen. Na de dood van vorst Carl in 2015 volgde zijn zoon Maximilian zu Wied (geboren 1999) als huidige vorst; hij woont met zijn familie in Slot Neuwied. Dit artikel is het eerste deel van een tweeluik over het vorstengeslacht Wied en schetst hoe een lokaal Rijns graafschap door huwelijken, cultuur, koloniale reizen en politieke omwentelingen verweven raakte met bredere Europese geschiedenis, inclusief opvallende banden met Nederland.