Koningin Mathilde bezoekt 'Elon Musk van Turkije', één van 's werelds machtigste dronebouwers
In dit artikel:
Vandaag bezoekt een Belgische economische missie onder leiding van koningin Mathilde Baykar, de Turkse fabrikant van onbemande vliegtuigen die zich in korte tijd heeft gemaand tot een invloedrijke speler op de internationale defensiemarkt. Het bezoek valt niet in een vacuüm: tegelijk met groeiende zorgen over strategische autonomie en hogere defensiebudgetten maakt Baykar-technologie gesprekken over samenwerking en afhankelijkheid politiek geladen.
Aan het roer staat Selçuk Bayraktar, die al als twintiger pleitte voor eigen droneontwikkeling in plaats van dure westerse wapenaankopen. Zijn opleiding in de VS legde de technische basis en voedde de overtuiging dat drones de toekomst van oorlogsvoering bepalen. Die visie sluit aan op de familietraditie van zelfredzaamheid: zijn vader Özdemir begon Baykar in 1984 als producent van auto-onderdelen en legde de nadruk op technologische onafhankelijkheid.
Bayraktar groeide uit tot het gezicht van het bedrijf — soms aangeduid als de “Elon Musk van Turkije” — en versterkte die positie na zijn huwelijk in 2016 met de dochter van president Erdoğan. Die familiebanden wekken verdenkingen van belangenvermenging en politieke voorkeuren, al wijzen tijdlijnen en eerdere uitlatingen erop dat de technologische ambitie al bestond vóór de familieconnectie. Baykar zoekt bovendien een politiek neutrale uitstraling via grootschalige evenementen zoals Teknofest, dat techniek als nationaal trotssymbool presenteert en brede sociale lagen aantrekt.
Het paradepaardje is de Bayraktar TB2, een relatief goedkope, langehouderende drone waarvan er tegen eind 2024 honderden zijn geproduceerd en die samen meer dan een miljoen vlieguren heeft gemaakt. In veel conflictsituaties heeft dit type de dynamiek veranderd: waar bemande vliegtuigen kort inschakelen, kan een drone langdurig boven een gebied patrouilleren en zo nieuwe tactische mogelijkheden bieden. Belangrijk is dat de doorbraak niet alleen technologie was, maar ook politiek: Amerikaanse terughoudendheid om gewapende drones te leveren functioneerde als prikkel om zelfvoorziening te versnellen.
Baykar opereert niet louter als handelspartner; het bedrijf voert in feite een vorm van “drone‑diplomatie”. Turkse toestellen vinden aftrek bij staten in Afrika, Centraal‑Azië en het Midden‑Oosten omdat ze goedkoper zijn dan westerse systemen en minder zwaar politiek beladen dan Russische of Iraanse alternatieven. Voorbeelden van inzet zijn Oekraïne, Libische strijdgroepen en Azerbeidzjan. Zulke leveringen zijn niet per definitie illegaal, maar roepen in Europa morele en beleidsvragen op vanwege de strikte wapenexportregels en het risico van inzet in conflicten of door autoritaire regimes.
Tegelijk verschuift Baykar strategisch richting Europa: aankoop door Polen en samenwerkingen, onder meer in Italië, laten zien dat het bedrijf aanvaard wordt binnen westerse defensiekringen en zich via industriële verankering minder als externe leverancier gedraagt. Die beweging verandert de geopolitieke betekenis van technologische samenwerking: samenwerking kan leiden tot echte strategische binding en minder afhankelijkheid van traditionele wapenleveranciers, maar ook tot nieuwe invloedssferen.
Het Belgische bezoek illustreert precies die complexiteit: gesprekken over mogelijke samenwerking met Baykar gaan verder dan handelsakkoorden en raken aan vragen over industriële verankering, strategische autonomie en geopolitieke consequenties. Voor België en de EU betekent dat afwegen tussen technologische kansen, veiligheidsbelangen en morele en beleidsmatige bezwaren bij wapenexport naar problematische regio’s.