Komt Marco Rubio op voor de Venezolanen of de dealmakers van Trump? Het hangt ervan af in welke versie van Rubio je gelooft
In dit artikel:
Sinds de arrestatie van de Venezolaanse president Nicolás Maduro door Amerikaanse troepen in januari vragen Venezolanen zich af welke rol de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio werkelijk speelt. Hij staat bekend als zoon van Cubaanse immigranten en als uitgesproken verdediger van vrijheid, democratie en de rechtsstaat. Vanuit dat imago zou hij moeten aandringen op het herstel van de Venezolaanse democratie en op de vrijlating van politieke gevangenen.
De gebeurtenissen wijzen volgens de auteur echter op een andere werkelijkheid. Terwijl Rubio de Venezolaanse oppositie geruststelt met beloften over democratische hervormingen, onderhandelen de Verenigde Staten met de interim-regering van Delcy Rodríguez, die grotendeels bestaat uit aanhangers van het oude regime. Meer dan driehonderd politieke gevangenen zitten nog vast, het repressieve staatsapparaat is intact en er is geen planning voor nieuwe verkiezingen. Rodríguez zei desgevraagd dat die “ooit” zouden plaatsvinden.
Twee jaar nadat oppositiekandidaat Edmundo González volgens de oppositie de verkiezingen overtuigend won, zijn de voorwaarden voor geloofwaardige verkiezingen nog altijd niet vervuld. Daarvoor zijn onder meer een onafhankelijke verkiezingsautoriteit, een betrouwbaar kiezersregister waarin ook de acht miljoen Venezolanen in het buitenland staan, afschaffing van repressieve wetten, internationale waarnemers en garanties van de strijdkrachten nodig.
Volgens berichtgeving van The New York Times heeft Rubio intussen vergaande invloed op de Venezolaanse staatsfinanciën, benoemingen en de verdeling van olie-inkomsten. Exportopbrengsten komen eerst bij de Amerikaanse schatkist terecht en worden daarna onder voorwaarden vrijgegeven. Daardoor wordt Rubio door Amerikaanse en Venezolaanse functionarissen een “onderkoning” genoemd. Hoeveel geld de Verenigde Staten hebben geïnd en waaraan het is besteed, is niet openbaar. Dat gebrek aan transparantie ondermijnt volgens de auteur zowel de democratische overgang als het vertrouwen daarin.
Een zware test volgde op 24 juni, toen twee aardbevingen Caracas en La Guaira troffen. De regering meldde bijna vijfduizend doden en ruim zestienduizend gewonden, terwijl maatschappelijke organisaties spraken over tienduizenden vermisten. Veiligheidstroepen zouden hulpverlening hebben belemmerd. Rodríguez verklaarde de kritiek tot een samenzwering en gebruikte de daaropvolgende noodtoestand als reden om de transitie verder uit te stellen.
Ook de behandeling van oppositieleider María Corina Machado wordt aangevoerd als bewijs dat Washington het Venezolaanse regime eerder beschermt dan democratische krachten steunt. Nadat Machado, die in 2025 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, naar Venezuela wilde terugkeren, sloot de regering het luchtruim. Amerikaanse functionarissen dwongen haar vliegtuig om te keren en noemden haar terugkeer een politiek opportunistische actie.
Tegelijkertijd verslechtert de positie van Venezolanen in de Verenigde Staten. Visumbeperkingen blijven van kracht, een humanitaire verblijfsregeling voor 117.000 Venezolanen is beëindigd, veel anderen verloren hun tijdelijke bescherming en uitzettingen naar Caracas gaan door. De auteur ziet daarin een tegenstrijdigheid: Venezuela wordt enerzijds onveilig genoeg genoemd voor Amerikaanse interventie, maar anderzijds veilig genoeg om vluchtelingen naar terug te sturen.
De conclusie is dat Rubio’s dubbelzinnigheid geen toevallige strategie hoeft te zijn, maar een bewuste keuze. Nieuwe beloften over verkiezingen, wederopbouw of steun aan de oppositie moeten volgens de auteur alleen serieus worden genomen als ze gepaard gaan met controleerbare stappen: vrijlating van politieke gevangenen, een onafhankelijke kiesautoriteit, een betrouwbaar register, veilige terugkeer van Machado en volledige openheid over de olie-inkomsten.
De Oranjezomer: Rutger Castricum doet er na ophef over grappen over 75-plussers nóg een schepje bovenop