Komt er na driekwart eeuw toch een Europees leger?
In dit artikel:
Ruim zeven decennia geleden lag een Europees beroepsleger al binnen handbereik. In 1950 diende de Franse premier René Pleven een plan in dat in 1952 leidde tot het verdrag voor een Europese Defensiegemeenschap (EDG): Nederland, België, Luxemburg, West-Duitsland, Italië en Frankrijk zouden hun strijdkrachten onder één Europese militaire autoriteit samenvoegen. Doel was zowel verdere Europese integratie als gecontroleerde herbewapening van West-Duitsland tegen de Sovjetdreiging.
Nederlandse bezwaren – vrees voor afhankelijkheid van Frankrijk, afstand tot de VS/NAVO en financiële lasten voor Nederlandse belastingbetalers – werden afgezwakt tijdens onderhandelingen. België en Nederland bedongen een Raad van Ministers met vetorecht en een expliciete koppeling aan de NAVO; in oorlogstijd zou het Europese korps onder NAVO-commandovoering vallen. De Tweede Kamer stemde in 1953 grotendeels vóór, maar in 1954 blokkeerde de Franse Assemblee de ratificatie uit zorg over soevereiniteit. Omdat unanimiteit vereist was, stortte het project in.
Nu wordt het idee heropend. Een groep van 26 Europarlementariërs pleit voor een moderne Europese Defensie-Unie met gezamenlijke besluitvorming, geïntegreerde commandostructuren en een snelle interventiemacht als opstapjes naar een Europees leger. Voorstanders wijzen op te kleine, dure en kwetsbare nationale krijgsmachten, groeiende zorgen over de Amerikaanse toezeggingen aan de NAVO en de Russische dreiging.
De praktische obstakels zijn grotendeels onveranderd: één politieke leiding, één opperbevelhebber, een gedeelde taal en een geloofwaardige commandostructuur zijn technisch oplosbaar maar politiek gevoelig. Cruciëler is de bereidheid van burgers en staten om militair te betalen en, in uiterste consequentie, te strijden (en te sterven) voor een ander EU-land. Hoewel Artikel 42.7 van het EU-verdrag solidariteit belooft, blijft twijfel bestaan of dat hetzelfde afschrikkende effect heeft als NAVO’s Artikel 5. Historisch werken Europese samenwerkingen stapsgewijs, maar soevereiniteitsangst en ontbreken van gedeelde opofferingsbereidheid vormen nog steeds de grootste hinderpalen voor een echt Europees leger.