Komt er een medicijn tegen alzheimer? 'Ik ben hoopvol ben dat we iets gaan vinden'
In dit artikel:
Betty Tijms, psycholoog en neuro‑informaticus bij het Alzheimercentrum Amsterdam (Amsterdam UMC), werkt aan het ontrafelen van de oorzaken van dementie om uiteindelijk behandelstrategieën op maat te ontwikkelen. Ze schetst alzheimer als een complex, meerfactorieel proces waarbij schadelijke eiwitten — amyloïde-plaques en tau‑kluwens — zich ophopen in de hersenen, neuronen beschadigen, ontstekingsreacties oproepen en de verbindingen tussen cellen doen wegvallen. Dementie is volgens haar een overkoepelend syndroom van geheugen- en denkproblemen; in ongeveer 70% van de gevallen ligt de ziekte van Alzheimer daaraan ten grondslag.
Tijms reageert terughoudend op een recente preprint van onderzoekers verbonden aan het Novo Nordisk Foundation Center die beweren dat de ziekte buiten de hersenen zou beginnen. Ze benadrukt dat genen overal in het lichaam aanwezig zijn, maar verschillend actief zijn per weefsel. Een voorbeeld is het risicogen APOE: de schadelijke variant wordt grotendeels in de lever geproduceerd, maar bereikt de hersenen niet rechtstreeks. Dat een gen ook buiten de hersenen actief is, betekent volgens haar dus niet automatisch dat de ziekte daar begint.
Voor betere inzichten is zowel observationeel als experimenteel onderzoek nodig, zegt Tijms. Belangrijke vooruitgang komt van biomarkers in hersenvocht, bloed en beeldvorming, waardoor ziekteprocessen al vroeg en nauwkeuriger opgespoord kunnen worden. Dat is cruciaal voor het selecteren van patiënten voor gerichte behandelingen en voor het aantonen of medicijnen het beoogde effect hebben. Een groot obstakel blijft de bloed‑hersenbarrière: die beschermt de hersenen, maar maakt het lastig om medicijnen ernaartoe te krijgen. Toch bestaan er inmiddels middelen die deze barrière wel passeren en amyloïdeklonten kunnen verminderen; de effecten zijn tot nu toe bescheiden, maar geven volgens Tijms reden tot voorzichtig optimisme. Zoals ze zegt: “er zijn stappen gezet.”
Epidemiologisch wijst Tijms op een groeiend probleem: momenteel hebben circa 320.000 Nederlanders Alzheimer; prognoses gaan uit van meer dan 600.000 in 2050, door vergrijzing en toename van het aantal mensen. De ziekte ontwikkelt zich vaak langzaam; bij sommige mensen kan het klonteren van amyloïde al vijftien jaar voor de symptomen beginnen. Een fase van mild-cognitieve stoornis met abnormale biomarkers gaat in veel gevallen (ongeveer 50%) binnen drie jaar over in dementie.
Risico’s worden bepaald door een mix van aangeboren factoren en leefstijl. Hoewel gezonde gewoonten (niet roken of overmatig drinken, gezond eten, dagelijkse beweging, en het vermijden van hoofdtrauma) kunnen helpen, zijn mensen met sterke erfelijke belasting vaak minder beïnvloedbaar door leefstijl. Nieuw en veelbelovend onderzoek — zoals een studie uit Stanford die vaccinatie tegen gordelroos koppelt aan circa 20% minder dementie — verdient volgens Tijms vervolgonderzoek om te bepalen bij wie zulke interventies werken.
Samenvattend: de ziekte van Alzheimer is heterogeen en ingewikkeld, maar moderne biomarkers en nieuwe behandelingen bieden perspectief op gepersonaliseerde therapieën. Er is nog een lange weg te gaan, maar recente stappen stimuleren hoop op effectief ingrijpen in de toekomst.