Komen we in de problemen door de slinkende gasvoorraad in Nederland? 'De minister heeft te laat gereageerd'

woensdag, 18 februari 2026 (12:28) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

In Noord-Nederland zorgt een aanhoudende koudeperiode ervoor dat de Nederlandse gasvoorraden snel slinken. De vier ondergrondse gasbergingen (Norg, Grijpskerk, Alkmaar en Bergermeer) hebben samen een capaciteit van ongeveer 14 miljard kubieke meter. Waar die installaties in november nog voor circa 73 procent gevuld waren – terwijl gebruikelijk rond 90 procent wordt nagestreefd – was de stand op 15 februari gezakt tot ongeveer 15 procent. Ter vergelijking: een jaar geleden lag de vulling rond de 31 procent. Emerituslector Martien Visser noemt die situatie uitzonderlijk laag.

Nederland verbruikt jaarlijks ruim 30 miljard kuub gas: ongeveer 25 procent door huishoudens, 15 procent door scholen, kantoren en musea, en circa 60 procent door de industrie. Doordat de voorraden afgelopen zomer en herfst niet op het gebruikelijke niveau zijn gebracht, resteert nu veel minder buffer voor de winter. Visser vindt dat minister Sophie Hermans te optimistisch reageerde en te laat ingreep bij het bijvullen.

Een acuut tekort leidt in eerste instantie tot marktmechanismen: stijgende prijzen ontmoedigen verbruik, waardoor vraag en aanbod zichzelf gedeeltelijk in evenwicht houden. Gasunie-woordvoerder Marie-Lou Grégoire stelt dat de prijs vooralsnog stabiel is en dat er altijd LNG uit het buitenland kan worden ingevoerd, zodat zij geen directe zorg ziet zolang er geen onverwachte verstoringen optreden.

Als buitenlandse aanvoer wegvalt, gelden Europese afspraken die andere lidstaten kunnen verplichten extra gas te leveren, waardoor de last over meerdere landen wordt verdeeld. Experts pleiten bovendien voor strategische voorraden en wijzen op de discussie rond Groningen: technisch-economisch advies was om enkele putten niet definitief te verzegelen, maar politieke keuzes lagen anders.

Bij een ernstig en langdurig tekort kan de Nederlandse overheid ingrijpen en bepaalde grote afnemers – in de praktijk waarschijnlijk eerst zware industrie en later pas vitale diensten – tijdelijk afsluiten. Alleen de minister kent de precieze prioritering; Gasunie heeft daar geen zicht op. Dergelijke noodmaatregelen gelden als laatste redmiddel, omdat ze bedrijven benadelen en kosten met zich meebrengen, maar ze blijven onderdeel van het instrumentarium om de gasvoorziening te kunnen garanderen.