Kolfje naar de hand van Tadej Pogacar? Zó ziet het parcours van 'één van zwaarste edities van Vuelta ooit' eruit
In dit artikel:
De 81e Ronde van Spanje wordt van 22 augustus tot en met 13 september gereden. De koers telt ongeveer 3300 kilometer en trekt door Monaco, Frankrijk, Andorra en Spanje. Volgens de organisatie bevat deze editie meer hoogtemeters dan ooit, al zijn er ook enkele kansen voor sprinters en twee individuele tijdritten.
De Vuelta begint in Monaco met een korte tijdrit van ongeveer tien kilometer. Het grotendeels vlakke parcours loopt deels over het circuit van de Grand Prix van Monte Carlo, waardoor Tadej Pogacar in zijn woonplaats meteen kans maakt op de rode trui. De tweede etappe naar Manosque is met 215 kilometer de langste van de ronde. Ondanks slechts twee beklimmingen van derde categorie telt de rit meer dan 3000 hoogtemeters. Daarna volgen in Zuid-Frankrijk een zware heuvelrit naar Font-Romeu en een korte, maar bijzonder steile bergetappe in Andorra, met drie beklimmingen van eerste categorie.
Vanaf de vijfde rit is Spanje het decor. De etappe van Falset naar Roquetes is heuvelachtig en eindigt licht oplopend. Ook de rit naar Castelló bevat meer dan 3000 hoogtemeters; de slotklim wordt tweemaal beklommen en deels over onverharde wegen gereden. In de zevende etappe ligt de finish boven op de klim naar skistation Valdelinares. De daaropvolgende rit naar Xeraco is de eerste die als vlak wordt aangeduid, maar een late beklimming kan sprinters uit de groep lossen. Voor de eerste rustdag staat nog de zware aankomst op de Alto de Aitana gepland, na vijf eerdere klimmetjes en een slotklim van ruim twintig kilometer.
Na de rustdag krijgen de sprinters in de tiende etappe naar Elche de la Sierra een nieuwe kans, omdat de drie beklimmingen van derde categorie relatief weinig selectief zijn. Ook de rit van Cartagena naar Lorca kan op een massasprint uitdraaien, al ligt er in de laatste dertig kilometer nog een klim. Daarna wordt het opnieuw zwaar. De twaalfde etappe eindigt bij de sterrenwacht van Calar Alto, na twee beklimmingen van eerste categorie. De rit naar Loja begint met een klim van eerste categorie en bevat daarna nog twee beklimmingen van tweede categorie.
In Andalusië volgen vervolgens de aankomst bergop op de Sierra de la Pandera en een heuvelachtige rit naar Córdoba. In die laatste etappe liggen drie beklimmingen van derde categorie, maar de slotkilometers zijn vlak. Daardoor kunnen de sprinters opnieuw meedoen, zoals Wout van Aert in 2024, toen hij in Córdoba won. Na de tweede en laatste rustdag gaat de zestiende etappe naar La Rábida voornamelijk bergaf richting zee. Er zijn geen bergpunten te verdienen, maar met bijna 2000 hoogtemeters is de rit niet volledig vlak.
De zeventiende etappe van Dos Hermanas naar Sevilla is met 900 hoogtemeters de meest geschikte massasprint van de ronde. Een dag later volgt een vrijwel vlakke individuele tijdrit van ruim 32 kilometer tussen El Puerto de Santa María en Jerez de la Frontera. In de slotfase van de Vuelta nemen de bergen opnieuw de overhand. De negentiende rit eindigt na een klim van negentien kilometer naar Peñas Blancas, met een gemiddelde stijging van bijna zeven procent.
De voorlaatste etappe is door aardverschuivingen aangepast: de beklimming naar de Alto de Hazallanas is vervangen door de Puerto de El Duque. De rit blijft echter even zwaar, met drie beklimmingen van eerste categorie en een nieuwe aankomst op de Collado del Alguacil. De slotrit vindt niet plaats in Madrid, omdat daar dat weekend de Grand Prix wordt gehouden, maar in Granada. Na lokale rondes moeten de renners vier keer klimmen naar het Alhambra, wat de vlakke ceremonierit een extra zwaar en spectaculair karakter geeft.
De Oranjezomer: Noa Vahle: 'Opvallend dat zij bijna niet genoemd worden als titelfavoriet voor de Eredivisie!'