Koeienstal, koffiefabriek of Waddenzee: hoe ruikt Friesland?
In dit artikel:
Het Meertens Instituut onderzoekt met het project Een Neus voor Erfgoed welke geuren Friezen als waardevol erfgoed ervaren. Initiatiefnemer en cultuurhistorica Inger Leemans ziet geur als onderdeel van identiteit: alledaagse aroma’s, geurlandschappen en beroepsgeuren (van molenaars, bibliothecarissen, schapen- en wolverwerking) roepen herinneringen op en verbinden mensen. De provincie Friesland is gekozen als casus vanwege de gedeelde taal- en cultuurhistorie en omdat politieke aandacht voor zintuiglijk erfgoed al is toegenomen — in 2024 steunde de BoerenBurgerBeweging een motie om plattelandsgeuren en -geluiden in erfgoedbeleid te erkennen.
Methoden zijn divers en participatief: Friezen kunnen online een vragenlijst invullen; onderzoekers reizen met een door ontwerper Lotte Meeuwissen gemaakte “snuffeltafel” langs dorpen, waar mensen geuren (bijv. gehooid gras, paard, anijskoekjes, fabriekrook, kerk) ruiken en beschrijven; er worden geurwandelingen gehouden en historische woordenboeken op geurwoorden nagezocht. Centraal staat niet het één‑op‑één reproduceren van een geur, maar het vastleggen wat een geur bij mensen oproept en hoe waardering verschilt.
Het uiteindelijke doel is een geurbibliotheek met door parfumeurs gemaakte en gedocumenteerde geuren die aan Friesland verbonden zijn, zodat die zintuiglijke verhalen bewaard en beleefd kunnen worden. Het project sluit aan bij bredere trends rond immaterieel erfgoed en wil tonen dat ruiken — een alledaagse, voor velen toegankelijke vaardigheid — essentieel is voor hoe gemeenschappen zich thuis en verbonden voelen.