Kocht Defensie te haastig antidronesystemen? Generaal: "Dit had impact op economie, we konden niet maandenlang niks doen"
In dit artikel:
Defensie kocht de voorbije maanden voor 50 miljoen euro anti-dronesystemen aan zonder openbare aanbesteding, wat door de Inspectie van Financiën bekritiseerd werd omdat zo’n procedure enkel bij een “acute crisis” is toegestaan. Generaal Bernard Phaleg (directeur-generaal Materiële Middelen) verdedigt de keuze: volgens hem waren er observaties van drones boven luchthavens en militaire terreinen die opstijgingen blokkeerden en defensiemateriaal doelbewust in kaart brachten, waardoor snel optreden noodzakelijk was. Daarom werd een versnelde aankoop gedaan naast een lopende langetermijnprocedure die via normale aanbesteding verloopt.
Phaleg zegt dat alles volgens de wet gebeurde, dat de Kamercommissie Legeraankopen instemde en dat betaalde prijzen marktconform waren — hetzelfde materiaal werd tegelijk voor Oekraïne aangekocht tegen gelijke tarieven, en die transactie kreeg wél goedkeuring van Financiën. De Inspectie maakte zich echter zorgen dat een versnelde procedure onvoldoende zekerheid biedt over normale prijsvorming; Defensie stelt dat vergelijkende aankopen dat bezwaar ondergraven.
Leveranciers Senhive en Cobbs leverden het systeem omdat de gekozen criteria focusten op compatibiliteit en bewezen werking (voor bepaalde Letse kamikazedrones is Cobbs de enige aanbieder). Installatie en operationeel gebruik worden tegen de zomer verwacht. Belangrijk resterende punt: in oktober waren er enkel menselijke waarnemingen van de drones; de nieuwe systemen moeten die observaties objectiveren. Of er in oktober daadwerkelijk drones vlogen, zal een gerechtelijk onderzoek moeten uitwijzen.