KNMI geeft klimaatsceptici gelijk: Nederland kende zeven extra hittegolven tot 1950
In dit artikel:
Nieuw KNMI-onderzoek toont aan dat Nederland tussen 1900 en 1950 twee keer zoveel hittegolven kende als eerder geregistreerd: veertien in plaats van zeven. De correctie volgt uit een heranalyse van oude meetgegevens waarbij rekening is gehouden met een methode- en locatieverandering rond 1950 op het KNMI-terrein. Voor 1950 werden temperaturen geregistreerd onder een open pagode; na 1950 is de meetopstelling verplaatst en werden thermometers in een gesloten houten kast (Stevensonhut) geplaatst. Die laatste gaf tijdens warme periodes iets lagere maxima, waardoor enkele warme zomers vroeger net niet aan de officiële hittegolfcriterium voldeden (vijf dagen boven 25 °C, waarvan drie dagen boven 30 °C).
Door de aanpassing blijken de zomers in de eerste helft van de twintigste eeuw gemiddeld 0,14 °C warmer dan gedacht, waardoor zeven extra periodes nu als hittegolf worden aangemerkt. Het jaar 1947 valt op: volgens de herziene telling kende dat jaar vier hittegolven. Kritische stemmen, met name van stichting Clintel, hadden jarenlang gewezen op het wegvallen van oude hittegolven in de statistieken; voorzitter Marcel Crok noemt de correctie een belangrijke erkenning en een les voor instituties over open discussie en betrouwbaarheid.
Het KNMI benadrukt dat de bijstelling niets verandert aan de langjarige klimaatconclusies: de reeks vanaf 1950 blijft ongewijzigd (negen hittegolven in 1950–1999, zestien in de laatste 26 jaar) en de opwarmingstrend blijft duidelijk. Volgens KNMI-klimaatonderzoeker Peter Siegmund verandert alleen de rekenkundige vergelijking tussen eeuwperiodes: waar de kans op een hittegolf eerder als viermaal zo groot werd gepresenteerd ten opzichte van de vorige eeuw, is dat na correctie ongeveer drie keer zo hoog. De aanpassing onderstreept dat historische meetmethoden en homogenisatie belangrijke factoren zijn bij lange termijnklimaatstatistieken, maar laat de conclusie dat hittegolven frequenter worden door opwarming onveranderd staan.