Kluivert ziet WK-droom na 'beetje gekke carrière' alsnog uitkomen
In dit artikel:
Ronald Koeman gaf Justin Kluivert zijn Oranje-debuut in maart 2018, in een periode waarin het Nederlands elftal na teleurstellingen opnieuw opgebouwd moest worden. Kluivert zelf zegt dat hij “vroeg, bijna te vroeg” debuteerde en erkent dat zijn loopbaan sindsdien grillig is verlopen.
Na het bereiken van de Europa League-finale met Ajax in 2017 vertrok Kluivert in 2018 als 19‑jarige voor ruim €17 miljoen naar AS Roma. Een doorbraak bleef uit; Roma verhuurde hem achtereenvolgens aan RB Leipzig, OGC Nice en Valencia. Afgelopen zomer koos hij voor een vijfjarig contract bij Bournemouth — een stap die aanvankelijk vraagtekens opriep, maar sportief goed uitpakte.
Bij Bournemouth kreeg Kluivert onder trainer Andoni Iraola een nieuwe rol als aanvallend middenvelder, waar hij tegen Newcastle overtuigde en sindsdien een vaste waarde werd. De club, met een compact stadion en een hoge pressing, past goed bij zijn speelstijl. Begin januari liep hij een knieblessure op en moest worden geopereerd; zijn herstel leek een plek op het WK in gevaar te brengen, maar hij keerde in mei terug. Tijdens zijn revalidatie hield hij contact met Koeman en kreeg steun van zijn vrouw, die hem adviseerde zich eerst op het clubvoetbal te richten.
In de met 1-0 verloren wedstrijd tegen Algerije kwam Kluivert woensdag in als vervanger van Crysencio Summerville, maakte een energieke indruk en was dichtbij scoren. Over zijn kansen op het WK zei hij: “Als de bondscoach mij op het WK nodig heeft, ben ik er klaar voor.”