Klokkenluiders bij Defensie nog altijd vogelvrij
In dit artikel:
Onderzoek van Follow the Money naar honderden Woo-documenten en acht klokkenluidersdossiers laat zien dat er bij Defensie de afgelopen twintig jaar weinig wezenlijks is verbeterd. Ondanks nieuwe meldpunten, vertrouwenspersonen, gedragscodes, trainingen en onderzoekscommissies blijven vertrouwen en meldingsbereidheid laag, worden zaken traag afgehandeld en genieten melders onvoldoende bescherming. De Algemene Rekenkamer waarschuwde in mei bovendien dat de groei van Defensie tot meer misstanden kan leiden.
In de onderzochte dossiers raken de oorspronkelijke meldingen – onder meer over fraude, racisme en onveilige werkomstandigheden – op de achtergrond. De klokkenluiders zelf worden geregeld verdacht gemaakt, geïsoleerd of disciplinair aangepakt, vaak door leidinggevenden tegen wie zij juist melding deden. Zo werd luchtmachtkapitein Victor van Wulfen na meldingen over onveilig vlieggedrag als psychisch instabiel weggezet. Een arts die daarvoor een vervalste diagnose opstelde, werd pas jaren later berispt. Een marechaussee-klokkenluider werd zelfs beschuldigd van het ‘lekken aan zichzelf’ nadat hij documenten naar zijn eigen e-mailadres had gestuurd.
Volgens Gerrit de Wit, interdepartementaal vertrouwenspersoon en voormalig klokkenluider, worden melders binnen overheidsorganisaties ‘geneutraliseerd’ voordat hun zaak de ambtelijke top, politiek of rechter bereikt. Het beschermingsproces zelf werkt volgens hem vaak tegen hen. Defensie erkent wel dat het systeem ingewikkeld en versnipperd is, maar niet dat leidinggevenden of instanties actief bijdragen aan de problemen.
Melders verdwalen tussen leidinggevenden, de Centrale Organisatie Integriteit Defensie (COID), vertrouwenspersonen en externe loketten. Alleen wie een melding met het juiste juridische label bij het juiste loket indient, krijgt formeel de status van klokkenluider en daarmee mogelijk rechtsbescherming. Vertrouwenspersonen kunnen bovendien niet zelf onderzoeken. Eerdere evaluaties constateerden al dat termijnen worden overschreden, vertrouwelijkheid niet altijd wordt gewaarborgd en de onafhankelijkheid van sommige loketten twijfelachtig is.
Defensie probeert dossiers geregeld met een schikking af te sluiten, maar daarmee worden de onderliggende problemen niet altijd opgelost. Sommige melders blijven jarenlang procederen, raken financieel en psychisch uitgeput of worden na hun vertrek nog geconfronteerd met bijvoorbeeld terugvorderingen. De Wit waarschuwt voor ernstige gevolgen, waaronder burn-outs, relatieproblemen en verslaving.
Ook politie en Openbaar Ministerie spelen volgens de onderzoeksjournalistiek soms een rol bij het criminaliseren van melders. Een schietinstructeur van de Landmacht werd tweemaal als veiligheidsrisico bestempeld en onderzocht, hoewel rechters en deskundigen hem grotendeels gelijk gaven. Nadat een rechter Defensie eind vorig jaar opdroeg zijn meldingen over een onveilige werkomgeving serieus te onderzoeken, werd hij vorige maand alsnog ontslagen wegens wangedrag.
De Wit en hoogleraar Ronald van Raak pleiten voor een integrale aanpak: onderzoek niet alleen de melding, maar ook de betrokken leidinggevenden, de behandeling van de melder en de gevolgen daarvan. Defensie verwijst ondertussen vooral naar de bestaande structuur en een nieuw onderzoek van de Erasmus Universiteit naar het meldproces. De resultaten daarvan worden binnenkort verwacht.
De Oranjezomer: Victor Vlam uiterst kritisch op Rob Jetten: 'Als premier van Nederland hoor je er te staan!'