Klimaatminister Sophie Hermans geeft maatwerkaanpak industrie grotendeels op

dinsdag, 1 juli 2025 (17:58) - De Volkskrant

In dit artikel:

Minister Sophie Hermans meldt dat het kabinet de beoogde broeikasgasreductie van de Nederlandse industrie voor 2030 niet zal bereiken via vrijwillige maatwerkafspraken met ondernemingen. Deze aanpak, gestart in 2021 onder haar voorganger Micky Adriaansens, richtte zich op de dertig grootste industriële vervuilers, waaronder Tata Steel, Shell en ExxonMobil, die meer moesten verminderen dan wettelijk verplicht, in ruil voor financiële steun. Na langdurige onderhandelingen is er echter slechts één bindende afspraak met zoutproducent Nobian gerealiseerd; gesprekken met twintig andere bedrijven, waaronder de grote oliebedrijven, zijn grotendeels stopgezet vanwege verslechterde marktomstandigheden en de complexiteit van verduurzaming.

De minister kiest nu voor een realistischere koers waarbij de nadruk komt te liggen op het afvangen en ondergronds opslaan van CO2, een techniek die als alternatief wordt gezien om de klimaatdoelstellingen te halen, maar ook tot kritiek leidt doordat dit bedrijven minder aanzet tot fundamentele verduurzaming. De klimaatambities worden daarmee feitelijk verschoven richting 2050, het moment waarop Nederland volgens Europese afspraken klimaatneutraal moet zijn. Klimaatneutraliteit betekent hier netto nul emissies, waarbij ondergrondse opslag van CO2 wordt meegeteld.

Politiek en industrie vrezen banenverlies en economische schade bij strengere nationale verplichtingen, waardoor het kabinet de kosten voor CO2-opslag en verduurzaming grotendeels op zich neemt. Projecten als Porthos en Aramis, waarbij de overheid financieel risico loopt terwijl grote bedrijven hoge winsten maken, illustreren deze problematiek. Tata Steel vraagt bijvoorbeeld circa 3 miljard euro staatssteun om te vergroenen, terwijl de industrie in totaal ruim 8 miljard euro aan subsidies nodig heeft. De minister beschikt echter niet over voldoende budget; slechts 1 miljard euro is gereserveerd voor maatwerkafspraken, terwijl eerdere coalities klimaatfondsen hebben gekort.

Deze ontwikkelingen tonen een afvlakking van het Nederlandse klimaatbeleid voor de industrie, gedreven door economische realiteit, internationale concurrentie en politieke compromissen, waarbij technologische CO2-opslag een steeds belangrijkere rol gaat spelen ten koste van directe emissiereducties. Milieuorganisaties waarschuwen voor de risico’s van deze koers, die volgens hen het effect van noodzakelijke verduurzaming ondermijnt.