'Klimaatcrisis maakt volksverhuizing noodzakelijk'
In dit artikel:
De klimaatcrisis ontwikkelt zich sneller dan verwacht. Volgens de Franse geograaf Guillaume Faburel zullen hittegolven in Europa steeds vaker voorkomen en kan het in delen van Frankrijk rond 2050 in de zomer geregeld 50 graden worden. Daarmee komen sommige gebieden aan de grens van het leefbare. Maatregelen als airconditioning, extra watervoorraden en aangepaste werktijden bieden volgens Faburel hooguit tijdelijke verlichting zolang het gebruik van fossiele energie doorgaat.
In een interview met Libération pleit de hoogleraar aan de Universiteit Lyon-II daarom voor een grootschalige herverdeling van de bevolking: weg uit overbelaste steden en richting minder dichtbevolkte plattelandsgebieden die de klimaatverandering waarschijnlijk beter doorstaan. Faburel en andere deskundigen van de zogenoemde posturbane beweging willen daarmee geen paniek zaaien, maar laten zien dat ook onder extreme omstandigheden een goed leven mogelijk blijft als de manier van wonen en werken verandert.
Een recente studie van de onderzoekers benoemt zeven Franse ‘toevluchtsoorden en leefbare gebieden’. Die selectie is gebaseerd op dertig ecologische en sociaaleconomische criteria. Het gaat onder meer om de plateaus van het Massif Central, delen van de Pyreneeën en grote gebieden in Normandië en Bretagne. Kenmerkend zijn onder andere de aanwezigheid van gevarieerde bossen, die zorgen voor vruchtbare bodems, biodiversiteit, waterbehoud, voedsel, bouwmateriaal en verkoeling.
Faburel vindt dat het publieke debat te veel blijft steken in algemene klimaatprognoses en te weinig kijkt naar de concrete gevolgen voor inwoners en gebieden. Beleidsmakers denken volgens hem nog vooral in termen van economische groei, infrastructuur en grootschalige voorzieningen, waarbij mensen worden gereduceerd tot statistieken. In plaats daarvan moeten samenleving en natuur opnieuw als verbonden worden beschouwd. Vooral grote steden, met hun beton, hoge bevolkingsdichtheid en kunstmatige leefomgeving, zouden volgens hem steeds kwetsbaarder worden. Ontstedelijking is daarom op termijn volgens Faburel onvermijdelijk, niet om economische of politieke redenen, maar vanwege sociale en ecologische noodzaak.
De voorgestelde plattelandsgebieden zouden hun levenswijze moeten aanpassen. Voedsel wordt plantaardiger en vaker lokaal geproduceerd; ambacht, landbouw en gedeeltelijke zelfvoorziening krijgen een grotere rol. Ook reizen verandert: minder lange verplaatsingen en meer fietsen, carpoolen en lokaal openbaar vervoer. Volledige onafhankelijkheid van de regio’s is volgens Faburel niet realistisch, zeker niet voor complexe gezondheidszorg. Wel denkt hij aan wijkgezondheidscentra, mobiele diensten en nieuwe vormen van samenwerking voor onderwijs, zorg en cultuur.
De overgang vraagt volgens hem om meer solidariteit en een nauwere relatie met de omgeving. Bewoners zullen opnieuw moeten leren samenleven, lokale kennis benutten en verantwoordelijkheid nemen voor de natuur. Zijn visie werkt hij verder uit in het boek *Waar te wonen?*, dat op 10 september verschijnt. Libération reageerde kritisch en vindt dat Faburel ontwikkelingen negeert en de tegenstelling tussen stad en platteland onnodig aanscherpt.
Vandaag Inside: Johan Derksen stellig: ‘Van Bommel had niet eens geel moeten krijgen!’