Klimaatbuffer Ooijse Graaf: een nieuw rietmoeras langs de Waal
In dit artikel:
Tussen Nijmegen en de Duitse grens wordt de Ooijse Graaf flink uitgebreid en omgevormd tot een rietmoerasachtige klimaatbuffer. Deze week droeg ARK Rewilding Nederland 35 hectare door haar verzamelde gronden over aan Staatsbosbeheer; recent zijn er nog rietplantingen uitgevoerd. ARK werkt sinds 2019 aan aaneengesloten verwervingen en gebiedsontwikkeling, samen met Staatsbosbeheer en met de komende aanleg van circa 22 hectare rietmoeras door K3 na zandwinning.
De plek ligt in een oude, binnendijkse rivierbocht van de Waal. Door het terugwinnen van water en het creëren van wisselende natte en drogere periodes moet het terrein water vasthouden bij hoog water en beschikbaar houden tijdens droogte — daarmee functioneert het als klimaatbuffer én als habitat voor rietmoerassoorten. Riet heeft daarvoor specifieke eisen: het heeft langdurig natte omstandigheden nodig, maar ook momenten van droogval om kieming en afbraak van dode stengels mogelijk te maken. Juist die afwisseling — een relatief laag-dynamische zone waar het grondwater niet voortdurend wordt weggesleept — maakt de Ooijse Graaf geschikt.
Aanleg en herstel van riet gaat niet vanzelf. De rivier verandert door diepe uitsnijding van het bed en snellere afvoer na regen in stroomopwaarts gelegen verstedelijkte gebieden, waardoor waterstanden sterker en sneller fluctueren. Dat bemoeilijkt het creëren van het precieze peilregime dat riet nodig heeft. Praktisch herstel gebeurt met meerdere technieken: natuurlijke verspreiding via omvallende stengels, zaad (met beperkingen omdat zaad vaak in water valt) en doelgerichte stek- en plantmethodes. Om grootschaliger aan te planten ontwikkelden beheerders een kweekmethode in emmers: één rietpol per circa 20 m² (ongeveer 500 per hectare) vormt een efficiënte start, waarna het riet zelf uitbreidt.
Bescherming tegen ganzen, zwanen en andere grazers is tijdelijk nodig omdat jonge rietscheuten kwetsbaar zijn; daarom gebruikt men linten en rasters en speelt de aanwezigheid van vossen ook een rol in het natuurlijke evenwicht. Op de lange termijn vraagt het rietmoeras cyclisch beheer — bijvoorbeeld opnieuw afgraven over enkele decennia — totdat de rivier weer een natuurlijker regime heeft. Ecologisch levert dit herstel grote winst: rietkragen, open water en zachthoutooibos bieden straks plek aan soorten als blauwborst, buidelmees, grote karekiet, woudaap, roerdomp en mogelijk de bruine kiekendief.