„Kleine rijscholen kunnen stijgende brandstofprijzen nog opvangen, grotere raken sneller in de knel"
In dit artikel:
Rijschoolhouder Anco Nijsse uit Tholen ziet aan de pomp dat brandstofprijzen snel stijgen, maar heeft zijn lesprijzen nog niet verhoogd. Brandstof maakt volgens hem slechts een klein deel van de kosten van een les uit — hij schat rond de 5 procent, met 2 à 3 liter per les — terwijl afschrijving, onderhoud en verzekeringen zwaarder wegen. Toch begint de hogere brandstofrekening wel voelbaar te worden en Nijsse geeft aan dat op termijn doorberekenen aan leerlingen onvermijdelijk kan zijn, vooral bij grotere rijscholen met meerdere auto’s.
BOVAG-woordvoerder Stijn Oosterhoff bevestigt dat brandstof een relevante kostenpost is, maar benadrukt dat veel rijscholen de extra kosten nog niet direct doorberekenen omdat lespakketten vaak vaste prijzen hebben. Daardoor dragen ondernemers de pijn totdat de stijging structureel is; pas bij nieuwe pakketten worden tarieven vaker aangepast. Voor grotere scholen met personeel en bedrijfspanden stapelen de kosten zich sneller op dan bij eenmansbedrijven zoals Nijsse.
Elektrisch rijden ziet Nijsse vooralsnog niet als praktisch alternatief, omdat veel leerlingen willen leren schakelen en hun eerste auto meestal geen automaat is. BOVAG pleit wel voor aanpassing van regels, zodat leerlingen na enkele schakeluren in een automaat kunnen doorleren en toch een regulier rijbewijs zouden kunnen halen — een mogelijke stap richting verduurzaming op de langere termijn.