Kleine ondernemers komen opnieuw met massaclaim tegen ABN Amro vanwege te hoge rente
In dit artikel:
Kleine ondernemers doen opnieuw een poging om via een massaclaim schadevergoeding af te dwingen van ABN Amro. Stichting Massaschade en Consument (SMC), gesteund door meer dan duizend ondernemers en koepelorganisatie Ondernemend Nederland, heeft dinsdag stukken ingediend bij het gerechtshof in Amsterdam voor hoger beroep tegen een eerdere afwijzing door een lagere rechtbank.
De lagere rechter verklaarde de claim afgelopen zomer niet ontvankelijk omdat de individuele gevallen onvoldoende op elkaar zouden lijken om samen te brengen in één zaak. Met een nieuwe advocaat betoogt de SMC juist dat de zaken wel degelijk voldoende overeenkomen: veel klanten hadden identieke rentetarieven en rentewijzigingen werden vrijwel gelijktijdig doorgevoerd. Als het hof de zaak ontvankelijk verklaart, moet de bodemrechter de zaak inhoudelijk behandelen; bij toewijzing zou dat mogelijk compensatie opleveren voor naar schatting 200.000 ondernemers.
Het conflict draait om ondernemers die tussen 2003 en 2021 een doorlopend Ondernemerskrediet bij ABN Amro hadden (maximaal €125.000). Volgens de SMC liep de rente op deze kredieten op in tijden dat de belangrijkste marktrentes juist daalden. Vanaf de kredietcrisis tot 2021 rekende ABN Amro structureel ongeveer 10,5 procent, terwijl marktrentes daalden naar rond nul of negatief. Een door SMC ingeschakeld deskundige concludeert dat de marge tussen markt- en kredietrente groeide van gemiddeld 5,8 naar 10 procent.
Voor consumenten met soortgelijke doorlopende kredieten oordeelde klachtenorgaan Kifid al dat banken de marktrente moesten volgen; dat leidde tot schikkingen en miljardencompensaties. Kleinere zakelijke klanten hebben voor oudere kredieten geen toegang tot een dergelijk klachtenloket en zagen zich daarom genoodzaakt de rechter te zoeken. SMC benadrukt dat individuele procedures voor veel ondernemers te duur zijn en dat zij vrezen hun bankrelatie te schaden als ze solo procederen.
ABN Amro hield eerder vast aan haar standpunt dat de aantijgingen ongegrond zijn en zegt de nieuwe stukken te zullen bestuderen. De uitkomst van het hoger beroep bepaalt of de zaak alsnog collectief kan worden behandeld en of de ondernemers verder kunnen procederen over mogelijke onrechtmatige renteberekening.