Kleine insecten, een grote stap - verdwenen soorten opnieuw uitgezet in Brabantse beken
In dit artikel:
Half maart 2026 werden twee waterinsecten opnieuw uitgezet in Brabantse beken: nimfen van de bruintiphaft (Leptophlebia marginata, een eendagsvlieg) en de steenvlieg Nemoura avicularis. Op 16 maart werden de larvale stadia verzameld uit de Leuvenumse beek op de Veluwe; op 17 maart volgde uitzetting in vijf Brabantse waterlopen: de Oeffeltse Raam, Astense Aa, Chaamse beken, Roovertsche Leij en de Groote Beerze.
De herintroductie is het eindpunt van ruim tien jaar onderzoek en samenwerking tussen Wageningen Environmental Research, de waterschappen Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta, en HAS green academy. Vooraf zijn waterkwaliteit en beekstructuren aangepakt — maatregelen die deels werden uitgevoerd binnen kaders als de Europese Kaderrichtlijn Water en de Natuurherstelverordening — en in laboratoriumtests is nagegaan of de insecten in het Brabantse oppervlaktewater en de bodem konden overleven. Pas toen die voorwaarden voldaan waren, werd herintroductie als haalbare volgende stap gezien.
Deze soorten verdwenen decennialang door vervuiling, verstuiving, rechtgetrokken beeklopen, stuwen en intensief onderhoud. Omdat veel waterinsecten slechte vliegers zijn en hun huidige populaties tientallen tot honderden kilometers verwijderen, konden ze niet vanzelf terugkeren naar de herstelde beken; daarom is actieve verplaatsing noodzakelijk geweest.
De terugkeer van deze shredders is ecologisch belangrijk: zij versnipperen blad- en plantaardig materiaal en vormen een schakel in het voedselweb, en ze reageren sterk op veranderingen in waterkwaliteit. Hun aanwezigheid fungeert daarom ook als indicator dat een beek ecologisch gezond is.
De komende jaren wordt nauwgezet gemonitord of de soorten zich handhaven, zich voortplanten en zich uitbreiden. Monitoring combineert traditionele schepnet-quickscans met eDNA-analyse om verspreidingspatronen te detecteren. Als stabiele populaties ontstaan, biedt het project niet alleen hoop voor deze twee insecten maar ook bewijs dat herstelmaatregelen beeksystemen duurzaam kunnen herstellen — een belangrijk signaal voor soortherstel in andere gedegradeerde watersystemen.