Klein deel koninklijke koloniale objecten mogelijk onrechtmatig
In dit artikel:
Een onafhankelijk onderzoek, in opdracht van de Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje‑Nassau (SHVON), heeft gekeken naar circa duizend objecten met koloniale herkomst uit de Koninklijke Verzamelingen. De studie betrof voorwerpen die tussen ongeveer 1840 en 1949 in het bezit van de koninklijke familie kwamen, vooral uit Nederlands‑Indië (nu Indonesië), Suriname en de Caribische eilanden. Voor het merendeel vonden de onderzoekers geen directe aanwijzingen voor onrechtmatigheid, maar bij zo’n tweehonderd stukken kon de herkomst niet worden vastgesteld. Bij enkele tientallen objecten konden de onderzoekers wél met “hoge mate van waarschijnlijkheid” vaststellen dat ze tijdens militaire expedities waren buitgemaakt en later aan leden van het koningshuis gegeven werden. Voorbeelden zijn een donderbus veroverd tijdens de Lampong‑expeditie (1856) en een schild van de krijgsleider van Samalanga uit 1877. De commissie raadt aan het rapport toegankelijk te maken voor vertegenwoordigers van herkomstlanden en een procedure voor teruggave te ontwikkelen. SHVON‑bestuurslid Peter Schoon zegt trots te zijn en wil de collectie zo snel mogelijk digitaliseren; daarna wil men het gesprek met de landen van herkomst aangaan.