Klassenjustitie ten top: Inez Weski schuldig aan handlangerschap Taghi, maar ontloopt celstraf

vrijdag, 22 mei 2026 (05:37) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Voormalig topadvocate Inez Weski is door een Nederlandse rechtbank schuldig bevonden aan het fungeren als communicatieschakel voor Ridouan Taghi, het kopstuk van de zogeheten Mocro-Maffia. Volgens de uitspraak leverde Weski na Taghi’s arrestatie in Dubai (eind 2019) versleutelde communicatiemiddelen en later USB-sticks zodat boodschappen vanuit de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught naar de buitenwereld konden worden gesmokkeld. Die handelwijze maakte het mogelijk dat Taghi tussen 2019 en eind 2020 zijn internationaal opererende drugsorganisatie en geldstromen bleef aansturen, aldus de rechtbank.

De bewijslast omvatte onder meer netwerkgegevens (zendmastregistraties) die Weski’s telefoon koppelden aan locaties bij haar huis en kantoor, en expliciete berichten op de telefoon van Taghi’s zoon waarin verwezen werd naar een advocaat die boodschappen zou hebben overgebracht. Nadat opsporingsdiensten versleutelde netwerken wisten te kraken, schakelde Weski volgens het vonnis over op fysieke overdracht via USB-sticks. De rechtbank kwalificeerde haar rol als een wezenlijke schakel tussen de criminele leider en zijn organisatie en oordeelde dat zij zich bewust was van de gevaarlijke aard van de bende.

De straf die de rechtbank oplegde is 42 dagen gevangenisstraf — precies gelijk aan de periode die Weski al in voorarrest heeft gezeten — waardoor zij niet langer in detentie behoeft te blijven. De rechters motiveren het uitblijven van verdere gevangenisstraf onder meer met de concrete nadelige gevolgen van de vervolging voor haar gezondheid, reputatie en het einde van haar advocatenpraktijk. Dat besluit leidde tot felle kritiek in het opiniestuk: men spreekt van klassenjustitie en een ontoereikende reactie op zware georganiseerde criminaliteit, en vreest dat het vonnis een verontrustend signaal afgeeft over de weerbaarheid van instituties tegen maffiapenetratie.

Belangrijke juridische context is dat advocaten een verschoningsrecht hebben, maar dat dit recht niet beschermt wanneer een advocaat handelt als tussenpersoon voor criminele communicatie; de rechtbank oordeelde juist dat Weski haar positie op die manier heeft misbruikt. De zaak maakt duidelijk dat opsporingstechnieken (zoals het kraken van versleutelde netwerken) en digitale sporen een sleutelrol spelen in het vervolg op sluitende bewijsvoering tegen netwerken die normaal gesproken veel moeite doen om identificatie te voorkomen.