Klanten moeten meer betalen voor betaalrekening en zien tegelijk de spaarrente dalen

maandag, 11 augustus 2025 (07:32) - Algemeen Dagblad

In dit artikel:

De Nederlandse grootbanken ABN Amro, ING en Rabobank boeken gezonde winst en keren extra waarde uit aan aandeelhouders, onder meer via aandeleninkopen. Ook de staat profiteert: zij verkoopt een deel van haar ABN Amro-aandelen. Tegelijkertijd merken particuliere klanten daar weinig van: spaarrentes zijn het afgelopen halfjaar verlaagd en betaalpakketten werden duurder.

Spaarders bij ABN Amro en ING krijgen nu maximaal circa 1,25% rente op een vrij opneembare spaarrekening (voorheen rond 1,5%), terwijl de inflatie rond de 3% ligt, waardoor reële spaarrendementen negatief zijn. Bovendien liepen de spaartegoeden verder op; het totale saldo bij Nederlandse banken steeg tot ongeveer 629 miljard euro. Omdat banken genoeg liquide middelen hebben, voelen zij weinig druk om rentes te verhogen om sparen aan te trekken.

Tegelijk verhoogden de banken dit jaar de kosten voor betaalrekeningen: ING hief 25 cent extra per dienst per maand, ABN Amro verhoogde het basispakket met 45 cent. Banken noemen hogere uitgaven voor de beveiliging van betalingen en voortdurende investeringen in app-diensten als reden voor die stap. Consumentenorganisaties reageren kritisch: de Consumentenbond signaleert veel onvrede en wijst erop dat klanten het gevoel hebben minder service te krijgen voor meer geld, en dat niet iedereen zit te wachten op extra digitale functies.

Banken proberen ook meer opbrengsten te halen uit aanvullende diensten zoals beleggen en vermogensbeheer. De digitalisering van het betalingsverkeer en de focus op vermogendere klanten leveren stabiele, voorspelbare inkomsten op, waardoor verdere tariefstijgingen niet ondenkbaar zijn. De Consumentenbond merkt bovendien op dat Nederland niet langer tot de goedkoopste landen voor bankieren behoort; België en Spanje blijken inmiddels voordeliger.

Kortom: rendement voor aandeelhouders en groeiende winstcijfers gaan samen met lagere spaarrentes en hogere kosten voor consumenten. Banken wijten dat aan investeringen in veiligheid en digitale dienstverlening, terwijl consumentenorganisaties vinden dat particuliere klanten onevenredig mee betalen voor die keuzes.