Klaas Jan van der Weij (73) uit Emmen maakt sportfoto's die je zo aan de muur kunt hangen. 'Wachten, wachten, wachten en dan: klik'

zaterdag, 2 mei 2026 (11:13) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Klaas Jan van der Weij (Emmen, 1953) is een van de meest markante Nederlandse sportfotografen: jarenlange verslaggeving bij onder meer Trouw en de Volkskrant, 33 keer Tour de France, 15 Olympische Spelen en duizenden andere wedstrijden. Zijn meest bekende bekroning is de World Press Photo-succesfoto uit 1992 van een uitgeputte Greg LeMond na Parijs‑Roubaix, maar zijn oeuvre bevat talloze beelden waarin compositie, kleur en ritme zwaarder wegen dan het bekende “beslissende moment”.

In Persingen opende Van der Weij zijn expositie Field of Play in Kunstruimte Zicht; ook toont hij werk in Fotogalerie Lichtzone in Groningen tot 24 mei (met een rondleiding door hem op 9 mei). Tijdens de expositie demonstreert hij enthousiast zijn vakmanschap en nieuwsgierigheid — zelfs een mug op het raam krijgt zijn aandacht met een nieuwe Leica — en benadrukt hij dat hij blijft fotograferen “totdat ik sterf”. Tegelijkertijd verrast hij met de mededeling: “Binnenkort kieper ik mijn hele archief de container in”, een keuze waarmee hij de vergankelijkheid van zijn werk benadrukt.

Van der Weij groeide op als domineeszoon in Emmen, studeerde fysiotherapie in Amsterdam en combineerde sportieve bezigheden (volleybal, marathons) met fotografie. Een vroege doorbraak kwam na een fotoserie van Ajax in De Meer, waar een ontmoeting met Johan Cruijff en diens vrijheid hem veel heeft geleerd. Zijn werkwijze is vaak geduldig, letterlijk wachtend op het juiste ritme; hij zoekt naar beelden waarin een sporter onderdeel is van een groter visueel verhaal — voorbeelden zijn foto’s van Tom Dumoulin in een boom of van Mathieu van der Poel met een opvallende rode lijn.

De carrière van Van der Weij kende fysiek risicovolle momenten: een val bij de Olympische Winterspelen 2002 in Salt Lake City veroorzaakte zware verwondingen en gebroken wervels, en eerder raakte hij gewond bij een parachutesprong in Frankrijk. Ondanks die incidenten bleef hij doorwerken en reizen; collega’s en sportbestuurders hielpen hem tijdens herstelperiodes.

Nu woont hij nog in Amsterdam maar plant een terugkeer naar Drenthe of Groningen, op zoek naar rust en meer Nederlandse omgangstaal dan het Engelstalige Amsterdam. Zijn fotografie heeft zowel technische vakkundigheid als een sterk narratief karakter: niet alleen het sportresultaat telt, maar de visuele spanningsboog die het publiek iets laat zien over beweging, verlies en schoonheid. Zijn expositie biedt een overzicht van die visie — en tegelijk een moment om afscheid en continuïteit te overdenken, nu hij meldt zijn archief te willen laten verdwijnen.